“Simon Petrus ging ernaartoe en trok het net op het land, vol grote vissen, honderddrieënvijftig, en hoewel het er zoveel waren, scheurde het net niet.” (Johannes 21:11)
Even had Petrus alleen maar oog voor Jezus, maar nu richt hij zijn aandacht ook op de vissen die gevangen zijn. Het net wordt aan land getrokken en elke vis wordt zorgvuldig geteld: 153 vissen. Niet “meer dan honderd” of “ongeveer honderdvijftig”. Die nauwkeurigheid is veelzeggend. Elke vis is immers een gave van God en een bewijs van Zijn machtige voorziening. Daarom telt iedere vis mee.
Voor deze vissers werd Gods zegen zichtbaar in een overvol net. Welke zegeningen heeft God jou gegeven? Op welke manieren zie je Zijn zorg, leiding en kracht terug in je leven? Probeer dat eens voor jezelf op een rijtje te zetten en er bewust bij stil te staan. Misschien kom je zelfs wel verder dan 153 zegeningen…!
Het bewust tellen van de “vissen” die ons gegeven zijn, helpt ons om God te eren én om onszelf te herinneren aan Zijn macht en goedheid.
Weet je niet goed hoe je je dankbaarheid kunt verwoorden? Lees dan Psalm 103. Deze psalm reikt al veel redenen tot dankbaarheid aan. Vul ze aan met zegeningen die ziet in je eigen leven, in de gemeente en in het werk van zending en evangelisatie. Zo wordt je dankgebed steeds rijker en ontvang je nieuwe moed om door te gaan als volgeling van Jezus en als “visser van mensen.”
Met dank aan Lumo Project Films (www.lumoproject.com) voor de afbeelding.

