“Zo zegt de HEERE: Wees niet bevreesd voor de woorden die u gehoord hebt…” (Jesaja 37:6 HSV)
Koning Hizkia ging met zijn zorgen naar God. Daar betrok hij ook de profeet Jesaja bij. Al snel kwam die met een geruststellend boodschap: Hizkia en het volk hoefden niet bang te zijn voor de dreigende woorden van de Assyriërs. God zou ervoor zorgen dat die naar hun eigen land terugkeerden en dat de koning van Assyrië zou worden gedood.
Niet veel later werden er echter nieuwe dreigbrieven bezorgd:
“Laat uw God, op Wie u vertrouwt, u niet bedriegen door te zeggen: Jeruzalem zal niet in de hand van de koning van Assyrië gegeven worden.” (Jesaja 37:10 HSV)
Als bewijs voor deze bewering werden allerlei andere volken opgesomd die al onder de voet waren gelopen. Hun goden hadden hen niet kunnen helpen — waarom zou dat bij de inwoners van Jeruzalem anders gaan?
Hier stonden dus twee berichten lijnrecht tegenover elkaar. Hizkia moest kiezen: vertrouwde hij op Gods geruststelling of geloofde hij de Assyrische analyse dat zijn situatie hopeloos was? Liet hij zich leiden door geloof of door een nuchtere blik op de feiten?
Wellicht ervaar jij een soortgelijke tweespalt tussen Bijbelse beloften over een Koninkrijk van vrede en de harde realiteit van oorlogen, natuurrampen en ander leed. Hoe ga jij daar mee om? Welk bericht is voor jou doorslaggevend?

