Strijden in opdracht van God

“Zoals de HEERE aan Mozes, Zijn dienaar, geboden had, zo had Mozes aan Jozua geboden, en zo deed Jozua. Hij deed niet één woord af van alles wat de HEERE aan Mozes geboden had.” (Jozua 11:15)

Hoofdstukken lang wordt in het boek Jozua verslag gedaan van koningen die werden overwonnen, steden die werden verwoest en burgers die werden gedood. Dat roept grote vragen op. Waarom moordde Jozua zeven volken uit? Keurt God het zomaar goed dat het ene volk het andere doodt?
Nee, in algemene zin niet. Maar dit was een speciale situatie. De volken die in het land Kanaän woonden, waren uitzonderlijk goddeloos. God had vier generaties lang gewacht tot “de maat van de ongerechtigheid” van deze volken vol was (zie Genesis 15:16). Toen dat moment was gekomen, kregen de Israëlieten de opdracht om Gods oordeel uit te voeren en hen te doden.

Zo staat het ook in vers 20:
“Want het kwam van de HEERE dat Hij hun harten zo verhardde dat zij Israël met strijd tegemoet trokken. Het was opdat Jozua hen met de ban zou slaan en er voor hen geen genade zou zijn, maar opdat hij hen weg zou vagen, zoals de HEERE aan Mozes geboden had.” (Jozua 11:20)
Jozua handelde hier niet uit haatgevoelens of uit louter politieke belangen. Hij gehoorzaamde de opdracht die de Heere God hem gegeven had.
Welke reactie roept het bij jou op dat God zoveel mensen laat doden omdat ze zich tegen Hem verzetten? Past dat in het beeld dat jij van God hebt?

Deel artikel