“Ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt.” (1 Samuel 17:45)
Israël was in oorlog met de Filistijnen. Die zetten niet hun hele leger in, maar daagden de Israëlieten uit om te vechten tegen hun meest gevreesde soldaat: een zwaar bewapende reus met de naam Goliath. Als één van Israëls soldaten hem zou doden, was daarmee de strijd beslist en zouden de Filistijnen voortaan de Israëlieten dienen. Maar als Goliath zijn tegenstander zou verslaan, werden alle Israëlieten door de Filistijnen tot slaaf gemaakt.
Dit was niet slechts een strijd tussen twee volkeren. Het was ook een geestelijke strijd: Goliath had “de gelederen van de levende God gehoond” (1 Samuel 17:36). Dat kon David niet verdragen. Hoewel hij duidelijk geen partij was voor deze reus, besloot hij hem in Gods naam te bestrijden. Hij was er zeker van dat God deze man in zijn hand zou geven, opdat “heel de aarde zal weten dat Israël een God heeft”. En dat deed God inderdaad. De Filistijn werd gedood door een klein steentje dat David naar hem toe slingerde.
Voor David was Gods eer belangrijker dan zijn eigen leven. Zou jij je leven of je carrière willen riskeren voor God, zoals David deed? Ben jij wel eens in een situatie geweest waar je grote risico’s moest nemen voor een belangrijke en eervolle zaak? Wat deed je toen?

