In Mattheüs 5:44 zegt Jezus tot de menigten in de Bergrede: “Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen.” Dat is nogal wat. Wie is tot zoiets in staat? Onze naaste liefhebben (Markus 12:13) is voor de meesten al moeilijk genoeg. Maar hier legt Jezus de lat voor dit gebod nog een aanmerkelijke stap hoger. Waarom wil Hij dat wij onze vijanden liefhebben, en hoe kunnen we Hem in dit opzicht gehoorzaam zijn?

Wat zegt Jezus precies over het liefhebben van onze vijanden?

De context van deze uitspraak van Jezus is de Bergrede. In hoofdstukken 5, 6 en 7 van Mattheüs kunnen we de woorden lezen die Jezus spreekt tot grote menigten die Hem gevolgd waren uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea, en van over de Jordaan, volgens Mattheüs 4:25. Jezus had al gesproken over Gods zegeningen en Zijn eigen rol in de vervulling van de Wet van Mozes, als Hij Zich vanaf vers 21 richt op specifieke tradities en situaties.

Overigens is het interessant om na te denken over de regio’s waar die grote menigten vandaan kwamen. Die zijn niet allemaal Joods, dus Jezus sprak niet alleen tot een Joods publiek: veel van de mensen daar waren heidenen, en zouden dus mogelijk als “vijanden” kunnen worden beschouwd, omdat er veel spanningen waren tussen het volk van Israël, de hen omringende volken en de Romeinse bezetters.

In Mattheüs 5:43 wijst Jezus erop dat de mensen gezegd was om “hun vijand te haten”. Dit was hen echter niet gezegd door God. In Leviticus 19:18 had God alleen gezegd: “U moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.” De instructie om te haten is een on-Bijbelse toevoeging, mogelijk gedaan door de Farizeeën. Dezelfde Farizeeën die uiteindelijk de vijanden van Jezus zouden worden. Jezus weerspreekt hier die toevoeging, en zegt de mensen dat zij hun vijanden moeten liefhebben, zegenen, goed moeten doen en voor hen moeten bidden, “zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is”.

Waarom zou Hij dit zeggen?

Als alle mensen op aarde: a) hun naasten zouden liefhebben, en b) hun vijanden zouden liefhebben, zouden er geen oorlogen, armoede, jaloersheid, onderdrukking, bitterheid etc. meer zijn. We zouden het “paradijs op aarde” ervaren, omdat iedereen zich erop zou richten om anderen te helpen, ervoor te zorgen dat wereldwijd iedereen genoeg te eten heeft, een goed dak boven het hoofd heeft, toegang heeft tot goede medische zorg en een veilige plek heeft om te leven en van het leven te genieten. Op wereldniveau zijn Jezus’ woorden werkelijk van het allergrootste belang.

Op persoonlijk niveau zouden we hetzelfde effect gaan zien: vrede. Haat voor iemand anders maakt het ons onmogelijk om dingen achter ons te laten. Haat verbindt ons met negatieve dingen. Het kan een hele sterke emotie zijn, en als we onszelf toestaan om ons daarin onder te dompelen, leidt dat ons weg van Gods liefde. Als we er in slagen om onze vijanden lief te hebben, kunnen we onszelf hiervan losmaken en ervaren we vrede in ons hart.

Wie is onze vijand?

Zoals we vragen wie onze “naaste” is, is het ook de moeite waard om te vragen wie onze vijand is.
Onze vijand kan iedereen zijn die handelt op een wijze die ons kwetst, benadeelt, bedreigt, bespot, OF, waarvan wij ménen dat diegene ons kwetst, benadeelt, bedreigt of bespot.
Kinderen hebben “vijanden” op het schoolplein; soldaten hebben vijanden op het slagveld, en christenen die wonen in een land waar het christelijk geloof niet vrij toegestaan is, kunnen vijanden hebben die hen willen vervolgen. Het is niet moeilijk voor te stellen waarom we mensen die ons pijn willen doen of willen aanvallen, niet aardig zouden vinden, of zelfs zouden “haten”.

Wat is haat?

Het is wellicht verbazingwekkend, maar niet alle haat is verkeerd. Onze zonde haten, is juist heel goed. God haat alles wat ons scheidt van Zijn liefde, zoals afgoderij (Deuteronomium 16:22), slechtheid (Hosea 9:15; Psalm 5:5; 11:5) en de verkeerde keuzes die opgesomd worden in Spreuken 6. Maar Hij liet haat niet in de weg staan van Zijn plan voor de mensheid. “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16).

God kan een belangrijk onderscheid maken, terwijl wij dat moeilijk vinden. Onze haat gaat vaak samen met gevoelens van wraak, onvriendelijkheid, de ander willen benadelen. God haat niet op deze manier. “Want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mattheüs 5:45). Het verschil zit ‘m in het motief voor de haat. Gods haat is gerechtvaardigd en weloverwogen, terwijl mensen haatgevoelens laten ontstaan door emoties; vaak op een manier en in een mate die we niet onder controle hebben.

Vijandigheid tegenover anderen maakt ons ontvankelijk voor zonde. Ten eerste: als we besluiten om iemand te haten, vellen we waarschijnlijk een oordeel over deze persoon (we vinden dat diegene onze haat “verdient”). Maar Jezus zegt ons niet te oordelen (Mattheüs 7:1-2). Ten tweede, als we iemand haten, zien we diegene waarschijnlijk niet meer als onze naaste, en hebben we diegene niet (meer) lief zoals Jezus ons wel opgedragen heeft. We moeten dit niet onderschatten. 1 Johannes 3:15 zegt: “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.

Snapt Jezus niet hoe moeilijk dit is?

Het IS moeilijk – maar zelfs Jezus, Die de meest pijnlijke en vernederende foltering en dood moest ondergaan, vroeg Zijn Vader, terwijl Hij aan het kruis hing, om Zijn beulen te vergeven: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Lukas 23:34). Jezus weet er van. Hij maakte een bewuste keuze om Zijn beulen niet te haten, maar om voor hen te bidden. Hij wachtte niet tot Hij een “positief gevoel over hen had”, en Hij wachtte ook niet totdat ze om Zijn vergeving vroegen. Hij besloot gewoon om niet te haten, maar te vergeven. Als je dit moeilijk vindt: natuurlijk kun je hiervoor om kracht bidden, en God zal je die geven (Mattheüs 7:7). We raden je ook graag aan om onze artikelen over vergeving te lezen, waar je vast door geholpen wordt.

Het is makkelijk om diegenen lief te hebben die aardig tegen ons zijn. Maar Jezus wil graag dat Zijn volgelingen Zijn eigen liefde voor mensen weerspiegelen – en daar horen ook mensen bij die helemaal niet aardig zijn. Onze vijanden liefhebben; hen zegenen die ons vervloeken, goeddoen aan hen die ons haten en bidden voor hen die ons beledigen en vervolgen. Dat vraagt Hij aan allen die vastbesloten zijn om in Zijn voetsporen te volgen, en de wens hebben om volmaakt te zijn, “zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is” (Mattheüs 5:48).