“Mijn bepalingen moet u houden en Mijn verordeningen moet u in acht nemen door daarnaar te wandelen. Ik ben de HEERE, uw God.” (Leviticus 18:4)
Toen God de wereld schiep, bracht Hij daarin ook orde aan. Hij bepaalde de afwisseling tussen dag en nacht; Hij stelde de grenzen van de zee en het land vast; Hij schiep verschillende soorten dieren die elk hun eigen leefgebied kregen. Ook voor de mens waren er bepaalde kaders. Zo stelde God het huwelijk tussen man en vrouw in als basis van de maatschappij en kreeg de mens de taak om de schepping te beheren.
Later, toen het volk Israël onderweg was naar hun nieuwe land, kregen zij meer gedetailleerde instructies, o.a. in Leviticus 18 en 19. Die zijn niet allemaal één op één toepasbaar op iedere situatie in ieder land op aarde, maar geven wel een duidelijk signaal af. De Heere God geeft regels over zaken als seksuele relaties, de omgang tussen ouders en kinderen, het dienen van afgoden en eerlijke handel en rechtspraak. Als een refrein noemt Hij daarbij: “Ik ben de HEERE, uw God.” Als onze Schepper en God heeft Hij het volste recht om de kaders uit te zetten waarbinnen wij mogen leven. Maar mensen hebben er grote moeite mee om die kaders te accepteren. De eerste mensen, Adam en Eva, overtraden Gods voorschriften al. Dat is de hele geschiedenis door een probleem gebleven, en ook nu nog negeren velen Zijn heilzame wetten — met dramatische gevolgen.
Hoe sta jij hierin?

