Omzien naar de armen

“U zult niet stelen.” (Exodus 20:15)

Het achtste gebod zegt dat we niet mogen stelen, maar God bedoelt dit veel breder dan alleen het niet afnemen van andermans spullen. Het gaat ook om hoe we omgaan met ons eigen bezit en dat van anderen. Het gebod verbiedt het onterecht nemen van andermans eigendom, zoals dingen die je hebt gevonden of geleend en niet teruggeeft, of iemand bedriegen als je iets verkoopt. 

In het oude Israël had iedereen een eigen boerderij. Als je buurman een os of ezel had om zijn werk te doen, mocht je die niet stelen (zie bijvoorbeeld Exodus 22:1-4). Hij had die nodig om de kost te verdienen. Zijn schapen en geiten, olijven en graan waren bedoeld om zijn gezin te onderhouden. Gods verbod om te stelen beschermt de gemeenschap, omdat het mensen aanmoedigt om eerlijk met elkaar om te gaan en elkaar niet te benadelen.

Het achtste gebod beschermt privébezit, maar we moeten ook bedenken dat uiteindelijk alles van God is. Hij is de Schepper en de eigenaar van alles. Wij mogen Zijn schepping onderhouden en bewaren. Dat doen we door de Schepper en onze medemens lief te hebben en goed te zorgen voor heel de schepping.

Denk er goed over na hoe je dit gebod kunt toepassen in je eigen leven, zodat het niet alleen God verheerlijkt, maar ook goed is voor je naaste.

📁 ,
Omzien naar de armen

“U zult niet stelen.” (Exodus 20:15)

Het achtste gebod zegt dat we niet mogen stelen, maar God bedoelt dit veel breder dan alleen het niet afnemen van andermans spullen. Het gaat ook om hoe we omgaan met ons eigen bezit en dat van anderen. Het gebod verbiedt het onterecht nemen van andermans eigendom, zoals dingen die je hebt gevonden of geleend en niet teruggeeft, of iemand bedriegen als je iets verkoopt. 

In het oude Israël had iedereen een eigen boerderij. Als je buurman een os of ezel had om zijn werk te doen, mocht je die niet stelen (zie bijvoorbeeld Exodus 22:1-4). Hij had die nodig om de kost te verdienen. Zijn schapen en geiten, olijven en graan waren bedoeld om zijn gezin te onderhouden. Gods verbod om te stelen beschermt de gemeenschap, omdat het mensen aanmoedigt om eerlijk met elkaar om te gaan en elkaar niet te benadelen.

Het achtste gebod beschermt privébezit, maar we moeten ook bedenken dat uiteindelijk alles van God is. Hij is de Schepper en de eigenaar van alles. Wij mogen Zijn schepping onderhouden en bewaren. Dat doen we door de Schepper en onze medemens lief te hebben en goed te zorgen voor heel de schepping.

Denk er goed over na hoe je dit gebod kunt toepassen in je eigen leven, zodat het niet alleen God verheerlijkt, maar ook goed is voor je naaste.

📁 ,