Om de tuin geleid

“Toen zeiden alle leiders tegen heel de gemeenschap: Wíj hebben hun een eed gezworen bij de HEERE, de God van Israël. Daarom kunnen wij hen niet aanraken.” (Jozua 9:19)

De volken in Kanaän waren bang voor de Israëlieten die hun gebied kwamen veroveren. Ze legden Jozua uit: “Omdat aan uw dienaren uitdrukkelijk was verteld dat de HEERE, uw God, Zijn dienaar Mozes geboden heeft om u heel dit land te geven en alle inwoners van het land voor u weg te vagen, zijn wij vanwege u heel bevreesd geworden voor ons leven.” (Jozua 9:24)
Bij de inname van Jericho was duidelijk geworden dat gewone militaire verdediging tegen de Israëlieten niet werkte. De inwoners van de stad Gibeon verzonnen daarom een list. Ze deden zich voor als afgevaardigden uit een ver land die een verbond met Israël wilden sluiten. Op die manier probeerden ze de belofte af te dwingen dat ze in leven gelaten zouden worden. Hun list lukte.

Hoe kon Jozua zo om de tuin geleid worden? Vers 14 geeft ons de verklaring: “Zij vroegen niet om een uitspraak van de HEERE.” Jozua had verzuimd de Heere om raad te vragen, en nu zat hij vast aan zijn belofte.
De Heere God zegt dat we onze eed niet mogen veranderen. Als we iets beloofd of zelfs gezworen hebben, moeten we ons daar aan houden. Ook als die belofte nadelig uit blijkt te pakken voor onszelf (zie bijvoorbeeld Psalm 15:1-4).
Heb jij wel eens iets beloofd waar je later spijt van had? Hoe heb je die situatie opgelost? Wat heeft je dat geleerd?

Deel artikel