“U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is” (Exodus 20:17).
Dit laatste gebod is misschien het minst ‘voor de hand liggend’, omdat begeren anderen niet direct schade doet en dus eigenlijk ongevaarlijk lijkt. De apostel Paulus geeft toe: “Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren” (Romeinen 7:7).
Dit gebod gaat niet over daden of woorden, maar over de voornemens van ons hart. Als we de ander iets willen afnemen, dan doet dat schade aan onze band met andere mensen. Als we niet tegen dat verlangen vechten, dan is het einde van het liedje misschien dat we toch gaan stelen, liegen of zelfs moorden om te krijgen wat we willen. Geldzucht of hebzucht leiden tot allerlei kwaad, en daarom moeten we ophouden met begeren.
Bovendien wil God de eerste plaats innemen in ons hart. “U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met al uw kracht …” (Deuteronomium 6:5). Dat gaat niet gebeuren als we allemaal andere dingen begeren. Psalm 37:4 geeft goede raad op dit punt: “Schep vreugde in de HEER, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt”.
Waar verlang jij naar? Is dat een zuiver verlangen, of moet je er tegen vechten?

Niet begeren
Niet begeren

“U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is” (Exodus 20:17).
Dit laatste gebod is misschien het minst ‘voor de hand liggend’, omdat begeren anderen niet direct schade doet en dus eigenlijk ongevaarlijk lijkt. De apostel Paulus geeft toe: “Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren” (Romeinen 7:7).
Dit gebod gaat niet over daden of woorden, maar over de voornemens van ons hart. Als we de ander iets willen afnemen, dan doet dat schade aan onze band met andere mensen. Als we niet tegen dat verlangen vechten, dan is het einde van het liedje misschien dat we toch gaan stelen, liegen of zelfs moorden om te krijgen wat we willen. Geldzucht of hebzucht leiden tot allerlei kwaad, en daarom moeten we ophouden met begeren.
Bovendien wil God de eerste plaats innemen in ons hart. “U zult de HEER, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met al uw kracht …” (Deuteronomium 6:5). Dat gaat niet gebeuren als we allemaal andere dingen begeren. Psalm 37:4 geeft goede raad op dit punt: “Schep vreugde in de HEER, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt”.
Waar verlang jij naar? Is dat een zuiver verlangen, of moet je er tegen vechten?
