Iemand stelde de vraag: “Jezus werd niet gedreven door de afwijzing of waardering van mensen; Hij werd gedreven door de Geest van God. Kun je mij vertellen waar in de Bijbel deze zin geschreven staat?”
Deze zin is niet echt een citaat uit de Bijbel. Maar hij lijkt op de woorden die de Farizeeën en de Herodianen spraken toen ze Jezus probeerden te paaien: “Meester, wij weten dat U waarachtig bent en de weg van God in waarheid onderwijst en Zich door niemand laat beïnvloeden, want U ziet de persoon van de mensen niet aan.” (Mattheüs 22:16; Markus 12:14; Lukas 20:21).
De reden dat deze zin niet in de Bijbel staat is, omdat hij misleidend is. Zeker, als we moeten kiezen tussen waardering van God en waardering van mensen, dan moeten we er altijd voor kiezen om God te behagen (Galaten 1:10), omdat Hij uiteindelijk ons hart zal beoordelen (1 Thessalonicenzen 2:4). Maar God prioriteit geven betekent niet dat het ons helemaal niet uitmaakt of mensen het Evangelie aannemen of verwerpen.
Jezus vond het heel erg als mensen Hem afwezen
Jezus hield van iedereen die Hij ontmoette. Daarom was Hij met hun lot bewogen. Hij was diep verontrust als zij Hem afwezen, omdat Hij wist dat hun afwijzing zou leiden tot hun eeuwige ondergang. Bedenk bijvoorbeeld hoe Jezus weende over Jeruzalem:
“En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient! Nu echter is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, u zullen omsingelen en u van alle kanten in het nauw zullen brengen. En zij zullen u met de grond gelijkmaken en uw kinderen in u verpletteren. Ook zullen zij in u geen steen op de andere steen laten, omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend” (Lukas 19:41-44).
De apostel Paulus was even verontrust over het lot van Joden die Jezus verwierpen: “Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet en mijn geweten getuigt mee door de Heilige Geest, dat het een grote bron van droefheid voor mij is, en een voortdurende smart voor mijn hart. Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn familieleden wat het vlees betreft” (Romeinen 9:1-3).
Vreugde over zondaren die zich bekeren
Aan de andere kant was Jezus ontzettend blij als mensen hun vertrouwen in Hem uitten en zo gered werden. Denk bijvoorbeeld aan Zijn uitspraak “Er is blijdschap vóór de engelen van God over één zondaar die zich bekeert” (Lukas 15:10), onmiddellijk gevolgd door de beroemde gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15:11-32).
Wij mogen delen in Jezus’ blijdschap als mensen tot geloof komen, net zoals Paulus deed in zijn gebeden voor de Filippenzen:
“In elk gebed van mij voor u allen bid ik altijd met blijdschap, vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af tot nu toe. Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. Het is immers voor mij terecht dat ik dit van u allen denk, omdat ik u allen in mijn hart heb als deelgenoten van mijn genade, zowel in mijn gevangenschap als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie. Want God is mijn Getuige hoe vurig ik naar u allen verlang, met de innige gevoelens van Jezus Christus” (Filippenzen 1:4-8).
Conclusie
Het is dus zeker waar dat Jezus “gedreven werd door de Geest van God,” en dat hetzelfde voor alle christenen zou moeten gelden. Maar omdat de Geest van God ons vult met liefde voor andere mensen (Romeinen 5:5) voelen we vreugde of droefheid als mensen het goede nieuws over Jezus accepteren of juist verwerpen. Dat is een teken dat we werkelijk worden “aangedreven door de Geest van God”, omdat we weten dat het evangelie de enige weg tot behoud is voor mensen (Romeinen 10:13-14).

