Moed om God te gehoorzamen

De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal . […] Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok” (Genesis 12:1,4).

God gaf Abram de opdracht om alles achter te laten wat hem vertrouwd en dierbaar was, en naar een nieuw land te gaan dat Hij hem zou wijzen. En Abram gehoorzaamde onmiddellijk. Hij kreeg ongetwijfeld veel vragen van zijn familieleden en zeker van zijn vrouw. Hoe kon hij er zo zeker van zijn dat God gehoorzamen de juiste keuze was?

Nieuw terrein durven betreden vraagt heel wat moed. In de dagen van Abram betekende dat de bescherming van zijn familie opgeven. Hij kende het land niet waarheen hij op weg was. Alles wat hij had waren een paar beloften van God (Genesis 12:2-3). Hebreeën 11:8 vertelt ons dat Abram door geloof gehoorzaam is geweest. Hij vertrouwde God, en dat gaf hem de moed om deze ingrijpende stap te zetten.

En toch was Abram niet perfect. Een paar verzen verderop lezen we dat hij Saraï de opdracht gaf om tegen de farao te liegen. Hij vertrouwde bij die gelegenheid niet op Gods bescherming (Genesis 12:10-20). Abram moest nog leren om God te vertrouwen in alles wat hij deed – en God gaf hem veel kansen om te groeien in dat vertrouwen.

Wat zou jij doen als God je vroeg om je veiligheid op te geven en ingrijpende stappen te zetten in geloof?

Deel artikel