Mensen zijn niet goed

“De gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af.” (Genesis 8:21)

Toen de Heere God de mens geschapen had, was hij “heel goed.” Maar dat duurde niet lang. Gods tegenstander verleidde de eerste mensen om tegen hun Schepper in opstand te komen. Die keuze veranderde hun hart blijvend en ingrijpend. Een aantal generaties later lezen we de trieste uitkomst: “De HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren” (Genesis 6:5).
In reactie op deze slechtheid bracht God een enorme watervloed over de aarde die alle mensen en dieren verzwolg — behalve een klein aantal dat de vloed in een houten ark overleefde. Je zou hopen dat daarmee de slechtheid van de aarde verdwenen was. Maar nee. Direct na de zondvloed zei God: “De gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af” (Genesis 8:21). Eenzelfde conclusie trekt Psalm 14. “De HEERE heeft uit de hemel neergezien op de mensenkinderen,
om te zien of er iemand verstandig was, iemand die God zocht. […] Er is niemand die goeddoet, zelfs niet één.”
Wat een deprimerende woorden… Herken jij deze constatering? Hoe beoordeel jij de mensen om je heen (en jezelf!) op een schaal van goed of slecht?

📁 ,
Mensen zijn niet goed

“De gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af.” (Genesis 8:21)

Toen de Heere God de mens geschapen had, was hij “heel goed.” Maar dat duurde niet lang. Gods tegenstander verleidde de eerste mensen om tegen hun Schepper in opstand te komen. Die keuze veranderde hun hart blijvend en ingrijpend. Een aantal generaties later lezen we de trieste uitkomst: “De HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren” (Genesis 6:5).
In reactie op deze slechtheid bracht God een enorme watervloed over de aarde die alle mensen en dieren verzwolg — behalve een klein aantal dat de vloed in een houten ark overleefde. Je zou hopen dat daarmee de slechtheid van de aarde verdwenen was. Maar nee. Direct na de zondvloed zei God: “De gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af” (Genesis 8:21). Eenzelfde conclusie trekt Psalm 14. “De HEERE heeft uit de hemel neergezien op de mensenkinderen,
om te zien of er iemand verstandig was, iemand die God zocht. […] Er is niemand die goeddoet, zelfs niet één.”
Wat een deprimerende woorden… Herken jij deze constatering? Hoe beoordeel jij de mensen om je heen (en jezelf!) op een schaal van goed of slecht?

📁 ,