Maria’s lied

‘En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot, en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker’ (Lukas 1:46-47)

In Ein Kerem, een klein plaatsje dicht bij Jeruzalem in Israël, is in het verleden een kerk gebouwd bij de plek waar Elisabeth en Maria elkaar ontmoet zouden hebben. Op het terrein van deze kerk zijn op een muur in allerlei talen de woorden van Maria uit Lukas 1:46-56 aangebracht. Deze woorden worden de ‘lofzang van Maria’ of het ‘Magnificat’ genoemd. Wereldwijd wordt deze lofzang nog steeds gelezen en gezongen. Maria maakte niet zichzélf groot in dit lied. Een diepe blijdschap over wat Gód deed in haar leven liet haar woorden vinden om God groot te maken. Als Heere (Koning) en Redder, zó kende Maria God uit de eeuwenlange geschiedenis van haar volk. In Maria’s tijd werd Israël door de Romeinen bezet. De God van Israël staat in het lied van Maria lijnrecht tegenover de egoïstische en harde heerszucht van de Romeinse keizer. God is een Koning van liefde en recht. Steeds weer redde Hij Israël uit allerlei moeilijke omstandigheden en vergaf Hij het volk hun zonden. Door deze God werd Maria ingeschakeld in Zijn bijzondere reddingsplan. Geen wonder toch dat ze zo vol vreugde was?
Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser,
Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd,
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Heere God, ik bid U…
Heere God, ik dank U…

📁 ,
Maria’s lied

‘En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot, en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker’ (Lukas 1:46-47)

In Ein Kerem, een klein plaatsje dicht bij Jeruzalem in Israël, is in het verleden een kerk gebouwd bij de plek waar Elisabeth en Maria elkaar ontmoet zouden hebben. Op het terrein van deze kerk zijn op een muur in allerlei talen de woorden van Maria uit Lukas 1:46-56 aangebracht. Deze woorden worden de ‘lofzang van Maria’ of het ‘Magnificat’ genoemd. Wereldwijd wordt deze lofzang nog steeds gelezen en gezongen. Maria maakte niet zichzélf groot in dit lied. Een diepe blijdschap over wat Gód deed in haar leven liet haar woorden vinden om God groot te maken. Als Heere (Koning) en Redder, zó kende Maria God uit de eeuwenlange geschiedenis van haar volk. In Maria’s tijd werd Israël door de Romeinen bezet. De God van Israël staat in het lied van Maria lijnrecht tegenover de egoïstische en harde heerszucht van de Romeinse keizer. God is een Koning van liefde en recht. Steeds weer redde Hij Israël uit allerlei moeilijke omstandigheden en vergaf Hij het volk hun zonden. Door deze God werd Maria ingeschakeld in Zijn bijzondere reddingsplan. Geen wonder toch dat ze zo vol vreugde was?
Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser,
Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd,
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Heere God, ik bid U…
Heere God, ik dank U…

📁 ,