Lofzang van Hanna

“Mijn hart springt op van vreugde in de HEERE, mijn hoorn is opgeheven in de HEERE; mijn mond is wijd open tegen mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil.” (1 Samuël 2:1)

Hanna was lange tijd kinderloos geweest en had daar erg onder geleden. Maar haar intense gebed om een kind werd door God verhoord! (1 Samuël 1:10-11). Hanna bracht, zoals ze had beloofd, haar jonge zoon naar het huis van God in Silo (1 Samuël 1:21-28). Daar zou hij blijven wonen. Samuël al zo vroeg aan anderen toevertrouwen, was waarschijnlijk niet makkelijk. Toch horen we Hanna haar vreugde uiten over wie God is en wat Hij doet.

Een hoorn (van een dier) was in het Oude Testament een teken van kracht. Dat Hanna haar ‘hoorn omhooghield’ wil zeggen, dat haar kracht was hersteld. Haar gekrenktheid door hatelijke woorden sloeg om in een vreugdelied. Hanna kon verder kijken dan het moment van afscheid van haar zoon. Op een profetische manier zag ze God aan het werk. In haar lied staan de kracht en grootheid van God tegenover de hoogmoedige eigendunk van mensen. God ziet juist om naar hen die in de ogen van trotse mensen zwak en onaanzienlijk zijn. Hij heeft de kracht van mensen niet nodig om Zijn werk te kunnen doen. Eeuwen later maakte Maria, de moeder van Jezus, God ook groot om wat Hij in haar leven ging doen. Haar lied is een echo van de woorden die Hanna uitsprak (Lukas 1:46; 52-53). 

Gebed: Dank U wel Vader dat ik mijn vreugde in U mag vinden. Ook wanneer ik word gekwetst of mij bedreigd en angstig voel, mag ik rust vinden in Uw aanwezigheid. Dank U wel voor liederen die me daarin bemoedigen. 

Vandaag wil ik dit lied voor U zingen…. (Kies zelf een lied en zing/lees het voor God)

📁 ,
Lofzang van Hanna

“Mijn hart springt op van vreugde in de HEERE, mijn hoorn is opgeheven in de HEERE; mijn mond is wijd open tegen mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil.” (1 Samuël 2:1)

Hanna was lange tijd kinderloos geweest en had daar erg onder geleden. Maar haar intense gebed om een kind werd door God verhoord! (1 Samuël 1:10-11). Hanna bracht, zoals ze had beloofd, haar jonge zoon naar het huis van God in Silo (1 Samuël 1:21-28). Daar zou hij blijven wonen. Samuël al zo vroeg aan anderen toevertrouwen, was waarschijnlijk niet makkelijk. Toch horen we Hanna haar vreugde uiten over wie God is en wat Hij doet.

Een hoorn (van een dier) was in het Oude Testament een teken van kracht. Dat Hanna haar ‘hoorn omhooghield’ wil zeggen, dat haar kracht was hersteld. Haar gekrenktheid door hatelijke woorden sloeg om in een vreugdelied. Hanna kon verder kijken dan het moment van afscheid van haar zoon. Op een profetische manier zag ze God aan het werk. In haar lied staan de kracht en grootheid van God tegenover de hoogmoedige eigendunk van mensen. God ziet juist om naar hen die in de ogen van trotse mensen zwak en onaanzienlijk zijn. Hij heeft de kracht van mensen niet nodig om Zijn werk te kunnen doen. Eeuwen later maakte Maria, de moeder van Jezus, God ook groot om wat Hij in haar leven ging doen. Haar lied is een echo van de woorden die Hanna uitsprak (Lukas 1:46; 52-53). 

Gebed: Dank U wel Vader dat ik mijn vreugde in U mag vinden. Ook wanneer ik word gekwetst of mij bedreigd en angstig voel, mag ik rust vinden in Uw aanwezigheid. Dank U wel voor liederen die me daarin bemoedigen. 

Vandaag wil ik dit lied voor U zingen…. (Kies zelf een lied en zing/lees het voor God)

📁 ,