De Bijbel is er duidelijk over dat jouw bestemming na het sterven bepaald wordt door je reactie op de Heere God in dit leven. Als je in Hem gelooft en jezelf aan Hem overgeeft (dat zijn in wezen de beide zijden van dezelfde medaille), dan zul je de eeuwigheid in Zijn vreugdevolle aanwezigheid doorbrengen. Als je Zijn aanbod om met Hem verzoend te worden weigert en Hem de rug toekeert tijdens je leven hier op aarde, dan zal Hij je zeggen: “Ga weg van Mij!” (Mattheüs 7:23; 25:41). Dat is een harde realiteit, maar wel wat de Bijbel ons leert!
De Bijbel is ook duidelijk over de oproep die uitgaat naar ieder mens: “Laat je met God verzoenen!” (2 Korintiërs 5:20 en nog meer vergelijkbare verzen). God wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat. Maar wat als iemand geen aandacht heeft voor Zijn roepstem en er pas na de dood achter komt dat de verkeerde keuze gemaakt is? Is er dan nog een tweede kans?
Na de dood volgt het oordeel
Een sleutelvers hiervoor is Hebreeën 9:27, dat zegt dat “het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt”. De BasisBijbel verwoordt het zo: “De mensen sterven éénmaal, en worden dan geoordeeld”. Dit vers laat geen ruimte voor een soort tussenliggende periode waar mensen een tweede kans krijgen. God zal je oordelen op basis van je aardse leven.
We lopen het risico om uit Gods tegenwoordigheid buitengesloten te worden
In Lukas 13 vertelt Jezus een gelijkenis om mensen te waarschuwen dat er een moment zal komen dat het Koninkrijk gesloten wordt. Ik haal het hier aan omdat het zo’n ernstige waarschuwing is
“Strijd om binnen te gaan door de nauwe poort, want velen, zeg Ik u, zullen proberen binnen te gaan en het niet kunnen, namelijk vanaf het ogenblik dat de Heer des huizes is opgestaan en de deur heeft gesloten. Dan zult u beginnen buiten te staan en op de deur te kloppen en te zeggen: Heere, Heere, doe ons open. En Hij zal antwoorden en tegen u zeggen: Ik weet niet waar u vandaan komt. Dan zult u beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken en U hebt in onze straten onderwijs gegeven. En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik weet niet waar u vandaan komt. Ga weg van Mij, allen die ongerechtigheid bedrijven. Daar zal gejammer zijn en tandengeknars, wanneer u Abraham, Izak en Jakob en alle profeten in het Koninkrijk van God zult zien, maar u buitengeworpen” (Lukas 13:24-28).
Jezus zegt niet dat maar enkelen in staat zullen zijn het Koninkrijk van God binnen te gaan omdat het zo moeilijk is. Nee, het probleem is dat deze mensen Gods uitnodiging zo lang terzijde hebben gelegd en nu naar binnen willen terwijl de deur al gesloten is. Dan is het eenvoudigweg te laat!
De gelijkenis van de tien meisjes
Mattheüs 25 bevat nog een gelijkenis hierover. Die gaat over tien jonge meisjes die van plan zijn een bruiloft bij te wonen en aan het wachten zijn op de bruidegom. Toen hij tenslotte arriveerde, bleken vijf van hen goed voorbereid en konden met hem meegaan naar het bruiloftsfeest. Maar de andere vijf moesten zich eerst nog klaarmaken. Toen die eindelijk aankwamen bij het bruiloftsfeest, zat de deur al dicht. Toen ze vroegen om toegelaten te worden, kregen ze een negatief antwoord: “Voorwaar, ik zeg jullie: ik ken jullie niet” (Mattheüs 25:11-12). Ze waren te laat!
Jezus eindigt deze gelijkenis met de waarschuwing om altijd voorbereid te zijn op Zijn komst.
De gelijkenis van Lazarus en de rijke man
Een andere gelijkenis, even waarschuwend, vinden we in Lukas 16, waar Jezus spreekt over een bedelaar, Lazarus genaamd, en een rijke, onbarmhartige man die Lazarus niet eens zijn etensresten gunde. Beide mannen stierven, en de arme bedelaar werd door de engelen naar de hemel gedragen. Maar de rijke man werd gepijnigd. Hij wilde dat Lazarus naar hem toe zou komen om zijn pijn wat te verzachten, maar dit was niet mogelijk. “Tussen ons en u is een grote kloof, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan”, werd hem verteld (Lukas 16:26). Deze gelijkenis lijkt ook te zeggen dat onze eeuwige bestemming afhangt van hoe we op aarde geleefd hebben en dat er geen tweede kans gegeven wordt.
Een belangrijke observatie
In al deze gelijkenissen spreekt Jezus over mensen die de kans gekregen hadden om tot Hem te komen, maar pas op de uitnodiging ingingen toen het al te laat was. Dit is een belangrijke opmerking, omdat deze gelijkenissen niet gaan over kleine kinderen die nog niet de mentale ontwikkeling hebben doorgemaakt om God te kunnen kennen, om maar eens iets te noemen dat moeilijke vragen oplevert. Veel christenen zien aanwijzingen in de Bijbel dat de Heer kleine kinderen die sterven niet zal veroordelen tot eeuwig onheil.
Romeinen 1:19-23 spreekt van mensen die “niet te verontschuldigen zijn” en legt dat verder uit met : “Want hoewel ze God kenden, hebben ze Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zij zijn verdwaasd in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd.” Het is onwaarschijnlijk dat kleine kinderen en verstandelijk gehandicapten een dergelijke afweging kunnen maken. De HEER weet hoe Hij hen zal behandelen, maar wij kunnen er zeker van zijn dat het met mededogen en genade zal zijn (Mattheüs 18:2-5).
Maak ernst met Jezus’ waarschuwingen
De gelijkenis die hierboven aangehaald zijn, laten jou de keuze. Dit leven is jouw enige kans om voor het goede te kiezen en jezelf aan God over te geven. Er komt geen tweede kans na de dood.
“Wij zijn dan gezanten namens Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat je met God verzoenen!” (2 Korintiërs 5:20).

