Christen zijn betekent dat je je vertrouwen hebt gesteld op Jezus, die stierf en weer opstond voor de vergeving van jouw zonden. “Goede werken doen” komt in deze definitie niet voor. Toch voelt het vreemd dat je een christen zou kunnen zijn zonder goed te doen. Dus hoe zit dat precies?
Goede werken maken je geen christen
Het is een fundamentele waarheid van het christelijk geloof dat we onszelf niet kunnen redden. We kunnen het eeuwige leven niet verdienen door zo goed mogelijk te leven. De Bijbel vertelt ons dat dit gewoon niet genoeg is. Hoe hard we ook ons best doen, we kunnen niet aan Gods normen voldoen. Er is maar één hoop voor ons: dat God ons het eeuwige leven schenkt omdat Hij van ons houdt. En dat is precies wat Hij doet. Redding is “niet uit u, het is een gave van God, niet uit werken, opdat niemand zou roemen” (Efeziërs 2:8-9). Goede daden maken je dus niet tot christen. Het is Gods genade die ons doet geloven in Jezus als Verlosser. Zo ontvangen we het eeuwige leven en woont de Heilige Geest in ons.
Kun je een christen zijn zonder goed te doen?
Stel je nu eens iemand voor met de Heilige Geest in zijn of haar hart, een kind van God, die eeuwig leven heeft ontvangen en uitkijkt naar de dag dat God Zijn Koninkrijk op aarde zal vestigen. Is het mogelijk dat die persoon de gewoonte heeft andere goden te aanbidden? Dat hij niets om zijn ouders geeft? Dat hij anderen haat en nooit liefde voelt? Dat hij in zijn seksuele relaties laat zien dat hij zich helemaal niets aantrekt van wat God zegt? Dat hij anderen bedriegt zonder ooit spijt te hebben? Je beseft meteen: nee, dat is niet mogelijk. Een christen wordt vernieuwd en veranderd door Gods genade. Dat betekent niet dat je perfect bent, maar maakt het wel onmogelijk om blijvend vreugde te vinden in zonde. Je kunt geen christen worden door goed te doen. Maar je kunt geen christen zijn zonder het goede te doen.
Wat zegt de Bijbel over goede werken?
Als je er alleen maar over nadenkt, begrijp je al dat het onmogelijk is om christen te zijn zonder goed te doen. De Bijbel bevestigt dit op veel plaatsen. Ik zal een paar voorbeelden geven.
- Verlossing is niet het resultaat van werken, maar een geschenk van God, lezen we in Efeziërs 2:8-9. Het vers dat direct daarop volgt, Efeziërs 2:10, zegt: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” Waarom zijn we dus gered? “Om goede werken te doen.” Je kunt geen christen zijn zonder goed te doen.
- Precies hetzelfde lezen we in Titus 2:14, waar we zien dat Jezus Christus “Zichzelf voor ons heeft gegeven opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en om voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken“. Nogmaals, stap één is dat Jezus ons redt. Stap twee is dat we goede werken doen. Dat is waarvoor we gered zijn! En omdat dat Jezus’ bedoeling met ons is, zijn we zelfs ‘ijverig’ om goede werken te doen.
- Als laatste tekst die duidelijk laat zien dat het onmogelijk is om christen te zijn zonder goed te doen, wil ik hier Jakobus 2:26 aanhalen: “Want zoals het lichaam zonder de geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood“. Lichaam en geest vormen samen een mens. Op dezelfde manier horen geloof en werken bij elkaar. Als er geen goede werken zijn, heb je het over een dood geloof – een nepchristen.
Christenen doen goede werken
Onthoud dus: je kunt geen christen worden door goede werken te doen. Maar tegelijk is het ook waar dat je geen christen kunt zijn zonder goede werken te doen.
Als je geen verlangen hebt om goed te doen, onderzoek dan je hart om te zien of je de Heer werkelijk liefhebt. Want als je Hem liefhebt, zul je Hem willen gehoorzamen. Jezus zei: “Niet iedereen die tegen Mij zegt: ‘Heer, Heer’, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar degene die de wil doet van Mijn Vader die in de hemel is” (Matteüs 7:21).
Als je er zeker van bent dat je de Heer liefhebt, blijf dan goede werken doen. Wees daar ijverig in! Het zal je vreugde brengen en de zekerheid dat, wanneer Jezus terugkomt om de levenden en de doden te oordelen, Hij tegen je zal zeggen: “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar. Ga in, in de vreugde van je heer” (Matteüs 25:23).

