En wie zo’n kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. Maar wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem geweest zijn dat een molensteen aan zijn hals gehangen was en hij in de diepte van de zee gezonken was.” (Mattheüs 18:5-6)

Deze verzen maken een vloeiende overgang van letterlijke kinderen naar figuurlijke ‘kleinen’. Wie in Jezus gelooft als een kind, wordt door Hem omschreven als klein en onbetekenend in de ogen van de wereld. Maar niet in Zijn ogen! Het maakt niet uit hoe klein iemand is, in welk opzicht dan ook. Of iemand nog erg jong is, of sociaal onbelangrijk wordt gevonden door anderen, of gering denkt over zichzelf: voor God zijn we allemaal even belangrijk. De Heere Jezus zegt zelfs dat wij, als we een kind ontvangen in Zijn Naam, beloond zullen worden alsof we God Zelf ontvangen hebben. Als we een dorstig iemand iets te drinken aanbieden of een vreemdeling onderdak geven, doen we dat ten diepste voor Jezus Zelf (Mattheüs 25:40). Want elk van Zijn kinderen is kostbaar en waardevol. Daarom spreekt Jezus ook een waarschuwing uit: als we één van Zijn ‘kleinen’ slecht behandelen of tekortdoen, wordt ons dat zwaar aangerekend.

Als we zelf nederig geworden zijn zoals een kind, zullen we ons niet meer boven anderen verheffen. Als we vervuld zijn van liefde tot God, zullen we ook Zijn kinderen liefhebben en goed behandelen.

Lukt het jou om voorbij te zien aan het onderscheid tussen ‘grote’ en ‘kleine’ mensen en ze allemaal te zien als kostbaar in Gods ogen?