Euthanasie betekent letterlijk ‘goede dood’. Tegenwoordig wordt er de actieve levensbeëindiging van een terminaal zieke patiënt door een arts mee bedoeld. De arts kan ook een dodelijk middel verstrekken dat de patiënt zelf inneemt. Dit heet ‘hulp bij zelfdoding’. Euthanasie of hulp bij zelfdoding is in de meeste landen verboden. Alleen in de Benelux, Spanje, Zwitserland, Canada, Colombia, Nieuw Zeeland en delen van Australië is het onder voorwaarden toegestaan. Deze voorwaarden zijn zeer strikt.

Zo geldt in Nederland dat de patiënt er goed over nagedacht moet hebben en de doodswens zonder enige druk van buitenaf aanwezig moet zijn. Er moet sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden en deze situatie is met de patiënt besproken. Er is onderzocht of er geen andere redelijke oplossing voor het lijden is. Er wordt altijd gevraagd om een second opinion en de medische uitvoering moet zorgvuldig gebeuren. Ondanks deze beperkende voorwaarden wordt er in Nederland steeds ruimte gezocht en gegeven voor euthanasie, zodat er zelfs nu een voorstel ligt om euthanasie bij kinderen onder de 12 jaar te legaliseren.

Wat is de dood?

Christenen hebben zich in het algemeen sterk verzet tegen de normalisering van euthanasie. Dit heeft alles te maken met de christelijke visie op leven en dood. In de Bijbel openbaart God zich als de Levende, die al het leven heeft geschapen en onderhoudt (Genesis 1). Als God Zijn levendmakende Geest wegneemt, sterven we (Psalm 104:29-30). De dood is een rechtstreeks gevolg van de zonde van Adam, zoals beschreven in Genesis 2 en Genesis 3. Het loon van de zonde is de dood (Romeinen 6:23). Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door de zonde de dood, en zo is de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben, zo schrijft Paulus in Romeinen 5:12.

Sterven is dus niet iets natuurlijks en neutraals, maar iets verschrikkelijks. De dood is een vijand die door God in de toekomst te niet zal gedaan worden: “De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood” (1 Korinthe 15:26). Elk levend wezen verzet zich tegen de dood met alles wat in hem is. Ieder mens wil leven. Alleen zwaar psychisch of lichamelijk lijden kan iemand tot zelfdoding brengen. En zelfs dan wenst die persoon eigenlijk niet de dood zelf, maar alleen dat het lijden ophoudt.

Mogen wij ons eigen leven afbreken?

God schenkt ons dus het leven en dat leven moeten we koesteren en onderhouden. Als God het leven weer neemt, moeten wij een stap terug doen en onze onmacht en nietigheid erkennen. Dit is echter moeilijk te verteren in de moderne tijd, waarin autonomie heel belangrijk is geworden. Wij als moderne mensen houden graag het roer van ons leven in eigen handen. We denken dat we zelf over ons leven moeten kunnen beslissen. De uiterste consequentie van deze visie is dat we, als dat nodig is, dus ook zelf mogen besluiten wanneer ons leven voltooid is. Een christen kan deze gedachtegang echter niet accepteren. Hij vertrouwt op God in leven en in sterven, wetend dat God zijn tijd bepaald heeft (Psalm 31:16). Het leven is heilig, daar mogen we dus niet actief een einde aan maken. Niet bij anderen en niet bij onszelf.

Heeft leven intrinsieke waarde?

Naast dit principiële bezwaar is er ook een praktisch bezwaar. We constateren dat de grenzen van euthanasie en voltooid leven langzaam verschuiven. Hoewel de omgeving van een patiënt geen invloed mag uitoefenen op de beslissing, is het gevaar groot dat patiënten of oude mensen zichzelf als last gaan zien voor hun omgeving. Het leven heeft dan geen intrinsieke waarde meer, maar deze waarde wordt afhankelijk gemaakt van de levenskwaliteit. Oude of gehandicapte mensen kunnen daardoor als ongewenste personen beschouwd gaan worden. Volgens het christelijk geloof is elk mens echter waardevol, omdat iedereen naar Gods beeld is geschapen, ongeacht of je ziek of gezond bent, ongeacht je oud of jong bent.

Een levende hoop

God is de levende. Hij heeft de dood overwonnen omdat Jezus Christus uit de dood is opgestaan. Jezus Christus is Zijn kerk voorgegaan in Zijn opstanding: “Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn” (1 Korinthe 15:20). Jezus heeft een ondenkbaar zwaar lijden ervaren en kan daarom medelijden hebben met onze zwakheden (Hebreeën 4:15). Het lijden van mensen kan zo uitzichtloos en zwaar zijn dat elke menselijke verklaring of troost tekortschiet. Ons rest dan alleen het gelovige verwachten van een hoopvol toekomstperspectief, want Jezus redt ons van de dood en schenkt ons het leven: “Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden” (1 Korinthe 15:22).