Gaat een moordenaar naar de hemel als hij tot geloof komt in Jezus?

Jazeker. De Bijbel geeft ons twee heel duidelijke voorbeelden, die geen ruimte laten voor twijfel. Twee rovers werden gekruisigd tegelijkertijd met Jezus. Aangezien roof op zich niet genoeg zou zijn om de doodstraf te krijgen, is het vrijwel zeker dat deze mannen moordenaars waren. Ze leefden alleen voor zichzelf en bespotten Jezus zelfs terwijl ze al aan het kruis hingen (Mat. 27:44).

Moordenaar aan het kruis

Echter, een van hen, nadat hij Jezus had geobserveerd, kwam tot geloof in Hem. ‘En hij zei tegen Jezus: Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent. En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.’ (Lukas 23:42-43). Jezus beloofde dus aan een moordenaar dat hij in de hemel zou zijn met Hem. Niet alleen dat, het was ook nog eens een moordenaar die geen mogelijkheid meer had om goed te doen en die op het punt stond te sterven.

De apostel Paulus

Het tweede voorbeeld is de apostel Paulus. De Bijbel zegt dat voordat hij bekeerd was, ‘Saulus tegen de discipelen van de Heere nog steeds brieste van dreiging en moord’ (Hand.9:1). Hij speelde een zeer belangrijke rol in de vervolging en soms dood van de eerste christenen. Daarom noemt hij zich de voornaamste van alle zondaars (1 Tim.1:15). Maar de Heere vergaf zijn zonden en maakte hem zelfs tot apostel.

Is dat eerlijk?

Het lijkt oneerlijk dat een moordenaar alsnog naar de hemel kan gaan. En dat klopt. Het is ook niet eerlijk. Maar het is wel een geweldige troost voor ons allen. Want als God rechtvaardig zou handelen, zou niemand naar de hemel gaan. Het enige wat we verdienen door onze eigen daden, is de eeuwige hel. Dus wat is het geweldig nieuws dat God zondaars redt. Als Hij moordenaars die zich bekeren en in Hem geloven redt, dan zal Hij mij ook redden!

We moeten ons bekeren van onze zonden

Een waarschuwing moet daaraan toegevoegd worden. God is bereid elke zonde te vergeven, zelfs moord. Maar de Bijbel is erg duidelijk over dat we ons eerst moeten bekeren van onze zonden, want anders kunnen we Zijn vergeving niet ontvangen.

In het geval van Paulus zien we dat hij nooit een excuus verzint voor zijn zonden uit het verleden. Hij erkent zijn zonde, heeft er spijt van, keert zich er van af en vertrouwt zichzelf toe aan Gods genade. Dit is altijd zo, als zondaars tot geloof komen. Want bekering betekent meer dan ‘sorry zeggen’.

In het geval van een moordenaar betekent dat, dat hij bereid is zijn zonde te belijden en naar de gevangenis te gaan zonder er makkelijker van af te willen komen, dat hij al het mogelijke doet om het goed te maken met de familieleden van het slachtoffer, en dat je van nu af aan Gods liefde ziet werken in zijn leven. Indien dit niet het geval is, kun je er van uit gaan dat hij nog niet een echte christen is en Gods vergeving nog niet ontvangen heeft.

Om mensen in Gods Kerk te zien die vroeger heel erge zondaren waren, doet ons de grootheid van Gods genade beseffen. Het is een reden om ons te verheugen, want we hebben zelf ook Gods genade heel hard nodig!