Jozua’s afscheid

“U moet zich aan de HEERE, uw God, vasthouden, zoals u tot op deze dag gedaan hebt.” (Jozua 23:8)

Toen Jozua 110 jaar oud was, zat zijn taak als leider erop. Heel bewust rondde hij zijn opdracht af door de stukken land die nog niet waren toegewezen, nu te verdelen. Ook zijn eigen familie kreeg een stuk land waar ze zich konden vestigen. Weliswaar was de verovering van het land nog niet afgerond, maar Jozua drukte het volk op het hart: “De HEERE uw God Zelf zal [uw vijanden] van voor uw ogen verjagen […] en u zult hun land in bezit nemen, zoals de HEERE, uw God, tot u gesproken heeft.” (Jozua 23:5)

Daarvoor was het uiteraard wel nodig dat het volk trouw bleef aan hun God. Dat was Jozua’s grootste zorg. Dat punt benadrukte hij steeds opnieuw in zijn afscheidsredes. Het volk moest zich nauwkeurig houden aan de wetten die God had gegeven (Jozua 23:6). Ze mochten nooit andere goden gaan dienen. Daarbij gaf Jozua zelf het goede voorbeeld: “Wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de HEERE dienen!” (Jozua 24:15)
Het hele volk beloofde plechtig om de Heere trouw te blijven. Na die belofte nam Jozua afscheid. Hij stierf en werd begraven op zijn eigen stuk grond, in het land dat hij met Gods hulp had veroverd.
Als jij de kans kreeg om jouw hele volk toe te spreken, welke thema’s zou jij dan aan willen snijden? Wat zou jouw belangrijkste advies zijn?

Deel artikel