Jozua moet onthouden wat God gedaan heeft en wat Hij nog zal doen

“Toen zei de HEERE tegen Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek en prent het Jozua in dat Ik de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel zal uitwissen.” (Exodus 17:14)

Als Amalek verslagen is, kunnen de Israëlieten weer verder met hun reis. Maar dit incident mag niet vergeten worden. Het moet worden opgeschreven en onthouden. Want het is belangrijk om te weten wie de Heere God is en hoe Hij ingrijpt om Zijn volk te redden. Met die kennis kunnen mensen vol vertrouwen hun levensreis vervolgen, ook al komen ze allerlei moeilijkheden tegen.
Het is opvallend dat de Heere God een speciale opdracht toevoegt voor Jozua. Hij moet ervan doordrongen zijn dat God in de toekomst volledig met Amalek zal afrekenen. Als toekomstig leider van Israël moet Jozua weten dat het onrecht dat dit volk wordt aangedaan, niet zomaar ongestraft blijft. De Heere Zelf zal wraak nemen. En Jozua krijgt daarin een rol. Als hij met zijn soldaten het gevecht aan moet gaan, is dat altijd op Gods bevel en volgens Zijn plan. Hoe bijzonder Mozes’ positie ook was, uiteindelijk is God Zelf de leider die Zijn volk zal beschermen.
Heel toepasselijk bouwt Mozes een altaar als herinneringsteken en noemt dat “De Heere is mijn Banier”. God moet hun oriëntatiepunt zijn op wiens teken het volk in actie moet komen. Hij geeft de richting aan en bepaalt wanneer en tegen wie gevochten wordt.
Denk je dat God nog steeds voor bepaalde volken of groepen strijdt? Voor wie dan?

Deel artikel