Jonathan

“Saul nam het koningschap over Israël op zich en streed tegen al zijn vijanden rondom… De zonen van Saul waren: Jonathan, Jisvi en Malchisua.” (1 Samuel 14:47-49)

Het boek Samuel is een geschiedenisboek over het volk Israël en hun eerste koningen. Voorheen “was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen” (Richteren 21:25). Mensen waren ontrouw aan God, wat leidde tot allerlei morele en religieuze ontsporingen. Als antwoord daarop liet de Heere God vijanden het land binnenvallen. Israëls situatie werd steeds moeilijker. Maar toen de mensen tot inkeer kwamen en tot God terugkeerden, beloofde Hij aan de profeet Samuel: “Morgen omstreeks deze tijd zal Ik een man uit het land van Benjamin naar u toe zenden; die moet u tot vorst zalven over Mijn volk Israël. Hij zal Mijn volk verlossen uit de hand van de Filistijnen, want Ik heb naar Mijn volk omgezien, omdat hun geschreeuw om hulp tot Mij gekomen is” (1 Samuel 9:16). Deze man was Saul. Hij werd Israëls eerste koning.

Tegen deze achtergrond lezen we over Jonathan. Hij was Sauls oudste zoon en vergezelde zijn vader in de strijd. Het was de verwachting dat Jonathan, als oudste prins, op een dag zelf koning van Israël zou worden. Zijn carrière leek al uitgestippeld. Maar zijn leven verliep heel anders — zoals we over een paar dagen zullen zien.
Hoe kijk jij aan tegen eeuwenoude Bijbelverhalen? Hoe zijn die relevant voor jouw leven?

Deel artikel