“Jonathan … zei: Ik heb maar een beetje honing gebruikt met de punt van de stok die ik in mijn hand had; zie, hier ben ik, moet ik sterven? Toen zei Saul: God mag zó en nog veel erger met mij doen. Voorzeker, Jonathan, jij moet zeker sterven.” (1 Samuel 14:43-44)
Na Jonathans succesvolle aanval op de Filistijnse wachtpost heerste er grote verwarring onder de Filistijnen. Ze werden door de Israëlieten op de vlucht gejaagd en achtervolgd. Saul wilde deze gelegenheid om de Filistijnen te verslaan ten volle benutten. Daarom beval hij dat zijn soldaten ononderbroken moesten doorgaan met hun achtervolging. Ze mochten zelfs niet pauzeren om even iets te eten: “Vervloekt is de man die vóór de avond voedsel tot zich neemt, voordat ik mij aan mijn vijanden gewroken heb!” (1 Samuel 14:24). Dat was een dwaas bevel. Het volk raakte uitgeput en daardoor kregen veel Filistijnen de kans om te ontsnappen.
Jonathan had het bevel van zijn vader niet gehoord en onderweg wat honing gegeten. Toen dat later aan het licht kwam, kende zijn vader Saul geen genade. Jonathan was ongehoorzaam geweest aan het koninklijk bevel en had daarmee de vloek op zich geladen. Hij moest dood.
Gelukkig staken Sauls soldaten hier een stokje voor. Zij hadden veel aan Jonathans dapperheid te danken en weigerden hem te doden vanwege zo’n dwaas bevel van Saul. Jonathans leven werd op het nippertje gered.
Ben jij weleens in gevaar geweest door onnadenkendheid van anderen? Hoe heeft dat jouw verhouding met hen en/of je leven beïnvloed?

