“Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven.” (Jona 4:3)
De profeet Jona moest Israëls vijanden gaan waarschuwen dat God hen zou vernietigen. Hij probeerde onder die opdracht uit te komen, maar door Gods bovennatuurlijke ingrijpen (zie Jona 1-3) kwam de onwillige profeet toch in Ninevé terecht. Hij bracht de boodschap: “Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!” (Jona 3:4) Heel de stad kwam tot inkeer en de mensen braken met hun kwalijke praktijken. Daarom liet God Zijn woede varen en vernietigde Hij de stad niet.
Jona’s waarschuwing had duizenden levens gered! Maar… “dit was volstrekt kwalijk in de ogen van Jona en hij ontstak in woede.” (Jona 4:1) Hij was al bang geweest dat het zo zou aflopen. Hij wist immers hoe geduldig en genadig de Heere is, en hij wilde absoluut niet dat de Ninevieten (die Israëls wreedste vijanden waren) gered zouden worden. Jona was zó boos dat hij maar liever dood wilde.
God ging niet op het verzoek van Jona in, maar stelde slechts een vraag: “Bent u terecht in woede ontstoken?” (Jona 4:4) Hij gaf Jona de kans om zich te bezinnen op zijn onbarmhartige houding.
Jona’s houding was: “Als God zo handelt, dan hoeft het voor mij niet meer! Dan ben ik nog liever dood!” Herken jij daar iets van? Reflecteer dan eens op Gods vraag: “Ben je terecht zo boos?” Wat zit je precies dw

