“En de verzoeker kwam bij Hem en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.” (Mattheüs 4:3)
Jezus werd door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel. Veertig dagen lang. Het was een tijd van voorbereiding op Zijn bediening.
Hij at niets in die dagen en ten slotte, toen die 40 dagen voorbij waren, kreeg Hij honger. Verzwakt keek Hij rond of er misschien iets te eten was in de woestijn.
Op dat moment kwam de duivel met een arglistige vraag: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.”
De duivel probeerde twijfel te zaaien. Hij viel Jezus aan op het moment dat Hij verzwakt was. Maar vol van de Heilige Geest kon Hij de duivel wederstaan door hem te antwoorden: “Er staat geschreven dat de mens van brood alleen niet zal leven, maar van elk woord van God.”
Met deze woorden verwijst Jezus naar Deuteronomium 8 waar de Israëlieten worden herinnerd aan de trouwe zorg van de Heere. In deze lichamelijke beproeving stelt Jezus Zijn vaste vertrouwen op Zijn Hemelse Vader.
Deze geschiedenis leert ons dat wij in onze moeilijkste omstandigheden op Jezus mogen zien, die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.

