“Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij zich, en zei tegen hen die Hem volgden: Voorwaar, Ik zeg u, Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden.” (Mattheüs 8:10)
In Mattheüs 8:5-13 smeekte een Romeinse commandant van een groep soldaten Jezus om genezing van een van zijn knechten. Deze niet-joodse commandant erkende Jezus als zijn meerdere. Hij vond zichzelf zelfs niet goed genoeg om Jezus in zijn huis te ontvangen. Deze Romein voelde zich ook niet te trots of te ver van Jezus afstaan om Jezus om hulp te vragen. In Markus 6:6 lezen we hoe Jezus zich verwonderde over het ongeloof van Zijn joodse volksgenoten. In Mattheüs 8:10 verwonderde Jezus zich blij over het geloof van een Romein. De profeet Jesaja had, eeuwen eerder, er al over gesproken dat mensen buiten Israël naar Jeruzalem zouden komen om God te eren en naar Jezus zouden vragen. (Mattheüs 8:11; Jesaja 2:2 en 11:10) Jezus’ woorden, redding, genezing en vergeving zijn er voor ieder die Hem als Zoon van God erkent en om hulp vraagt. Durf jij Hem jouw verlangen ook voor te leggen, erop vertrouwend dat Jezus zal doen wat goed is? Het vertrouwen van de Romeinse commandant was een vreugde voor Jezus. Hij ziet er naar uit dat je de verlangens van je hart aan Hem toevertrouwt.
Wat wil jij Jezus vandaag voor jezelf of voor anderen vragen? Leg het Hem in vertrouwen voor.

