“En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.” (Mattheüs 4:19)
God betrekt mensen bij de verspreiding van het Evangelie. Toen Jezus Zijn werk op aarde begon, riep Hij twaalf mannen om Zijn discipelen te zijn. Deze mannen volgden Jezus, ze waren ooggetuigen van Zijn wonderen en ze ontvingen veel onderwijs. Ze zagen ook hoe Jezus gekruisigd werd, na drie dagen opstond, en hoe Hij naar de hemel terugging. In het boek Handelingen lezen we hoe deze discipelen (later apostelen genoemd) getuigden van alles wat ze hadden gezien en gehoord (bijvoorbeeld in Handelingen 5:30-32).
Dat is precies wat Jezus wilde dat ze zouden doen. Hij wilde dat ze “vissers van mensen” zouden worden. Ze moesten niet langer hun oude beroep als vissers uitoefenen, maar mensen tot Christus leiden. Het Evangelie moest overal bekend gemaakt worden, en alle mensen moesten worden uitgenodigd om Jezus te volgen.
God gebruikt nog steeds mensen om het Evangelie te verspreiden. Het is hun taak om Gods heerlijkheid onder de heidenvolken te verkondigen en “al uw broeders uit alle heidenvolken [te] brengen als graanoffer aan de HEERE” (Jesaja 66:19-20).
Hoe kan jij hierin betrokken zijn?

