Jezus móet naar Jeruzalem

‘Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te laten zien dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de kant van de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden en op de derde dag zou worden opgewekt.’ (Mattheüs 16:21)

In de tijd die Mattheüs beschrijft, verwachtten veel joden de Messias, de door God beloofde Verlosser (Jesaja 9:5). Er leefde vooral de verwachting dat Hij Israël van de Romeinen, de toenmalige machthebbers in Israël, zou verlossen. Wanneer je zelf in bezet gebied woont of wanneer je land geteisterd wordt door extremistische groeperingen, kun je je daar wel iets bij voorstellen.

Jezus’ werk als Messias ging echter veel verder dan ‘alleen’ aardse verlossing. Hij zou de wórtel van alle kwaad uitroeien, door de vernedering van het lijden heen. Voor mensen voelt dat tegenstrijdig. Ook Jezus’ leerlingen hadden eigen verwachtingen van de Messias. Petrus vond dat hij  Jezus vermanend toe moest spreken. Jezus reageerde scherp. Door de mond van Petrus kwam een verzoeking van satan op Hem af (Mattheüs 4:1-11). Satan wilde Jezus steeds weer verhinderen om de wil van God te doen. Jezus weigerde zich ten val te laten brengen door ‘het struikelblok’ dat in Petrus’ woorden verborgen lag. En daarom móest Jezus naar Jeruzalem. Om daar de wil van de Vader te volbrengen.

Reflectie: Jezus móest naar Jeruzalem. Denk een paar minuten over deze woorden na.

Wat roepen deze woorden in je op? Wat wil je Jezus daar over zeggen?

📁 ,
Jezus móet naar Jeruzalem

‘Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te laten zien dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de kant van de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden en op de derde dag zou worden opgewekt.’ (Mattheüs 16:21)

In de tijd die Mattheüs beschrijft, verwachtten veel joden de Messias, de door God beloofde Verlosser (Jesaja 9:5). Er leefde vooral de verwachting dat Hij Israël van de Romeinen, de toenmalige machthebbers in Israël, zou verlossen. Wanneer je zelf in bezet gebied woont of wanneer je land geteisterd wordt door extremistische groeperingen, kun je je daar wel iets bij voorstellen.

Jezus’ werk als Messias ging echter veel verder dan ‘alleen’ aardse verlossing. Hij zou de wórtel van alle kwaad uitroeien, door de vernedering van het lijden heen. Voor mensen voelt dat tegenstrijdig. Ook Jezus’ leerlingen hadden eigen verwachtingen van de Messias. Petrus vond dat hij  Jezus vermanend toe moest spreken. Jezus reageerde scherp. Door de mond van Petrus kwam een verzoeking van satan op Hem af (Mattheüs 4:1-11). Satan wilde Jezus steeds weer verhinderen om de wil van God te doen. Jezus weigerde zich ten val te laten brengen door ‘het struikelblok’ dat in Petrus’ woorden verborgen lag. En daarom móest Jezus naar Jeruzalem. Om daar de wil van de Vader te volbrengen.

Reflectie: Jezus móest naar Jeruzalem. Denk een paar minuten over deze woorden na.

Wat roepen deze woorden in je op? Wat wil je Jezus daar over zeggen?

📁 ,