Jezus kwam niet van het kruis af

“Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de Koning van Israël is, laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen Hem geloven.” (Mattheüs 27:42)

Toen Jezus Zijn werk op aarde begon, werd Hij meteen op de proef gesteld door de duivel. Als Jezus de duivel zou aanbidden, zou deze Hem alle koninkrijken van de wereld geven. Zonder dat Jezus daar voor hoefde te lijden. Jezus’ reactie was kort en duidelijk: “Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen.” (Mattheüs 4:10) Jezus trapte niet in de leugens van de duivel. Hij wist wat Gods plan was, en dat zou Hij uitvoeren.

Aan het kruis kreeg Jezus een soortgelijke beproeving naar Zijn hoofd geslingerd. Al Zijn vijanden hadden zich verzameld om Hem te bespotten: de overpriesters, de schriftgeleerden, de oudsten en de Farizeeën. Als Jezus van het kruis af zou komen, sneerden ze, dán zouden ze in Hem geloven. Dat was de ideale uitweg uit Zijn vreselijke lijden! Op die manier zou er een einde komen aan Jezus’ pijn en zou Hij juist alle eer ontvangen.
Natuurlijk was dit niet waar. Jezus had Zijn macht vaak genoeg laten zien, maar ze wilden telkens nieuwe tekens en bewijzen. Bovendien was Jezus niet op aarde gekomen om geëerd te worden, maar om voor zondige mensen te sterven en hen zo het eeuwige leven te schenken. Dát was Gods plan, en dat zou Hij uitvoeren.
Prijs God dat niets en niemand Jezus van Zijn doel kon afbrengen!

Deel artikel