“En toen Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, keek Hij op naar de hemel, zegende en brak de broden en gaf ze aan Zijn discipelen, opdat zij die aan hen zouden voorzetten, en de twee vissen verdeelde Hij onder allen. En zij aten allen en werden verzadigd.” (Markus 6:41-42)
Als we bovenstaande verzen zonder context lezen, krijgen we misschien de indruk dat Jezus en Zijn discipelen een gezellige picknick hielden met wat brood en vis. Maar in dit verhaal aten er 5000 mannen mee! Jezus gaf hen allemaal te eten van slechts vijf broden en twee vissen. Dat was overduidelijk een wonder.
In normale omstandigheden hebben mensen de verantwoordelijkheid om zelf te zorgen voor brood op de plank. Zoals het gezegde luidt, “als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.” Maar we weten allemaal dat onze mogelijkheden beperkt zijn. Als we ziek zijn, kunnen we niet werken. Als het erg droog is, groeien de gewassen niet. In een oorlog of natuurramp dreigt hongersnood. Het is duidelijk dat wij uiteindelijk van God afhankelijk zijn voor ons dagelijks voedsel.
Toen de Israëlieten jarenlang met het hele volk door de wildernis trokken (zie de Bijbelboeken Exodus en Numeri), konden ze niet in hun eigen onderhoud voorzien. Daarom gaf God hen te eten. “Hij liet manna op hen regenen om te eten en gaf hun hemels koren.” (Psalm 78:24)
Jezus deed hetzelfde. Het voeden van duizenden mensen was een daad van barmhartigheid en een teken van Zijn goddelijke macht.
Vertrouw jij op God voor je dagelijkse behoeften? Hoe krijgt dat vorm in je dagelijks leven?

