“Ik ben de Deur voor de schapen” (Johannes 10:7)
Jezus vergelijkt mensen met schapen – zoals we vaker lezen in de Bijbel. Schapen zijn tamelijk hulpeloze dieren. Ze hebben bescherming nodig tegen “dieven en rovers” (vers 8) en tegen wilde dieren, vooral ‘s nachts. De beste plaats om de nacht door te brengen is daarom de schaapskooi.
Dit is het beeld dat Jezus hier gebruikt. Hij presenteert Zichzelf als “de Deur voor de schapen”, als de enige mogelijke toegang tot veiligheid. En omdat Hij de deur is, zorgt Hij er ook voor dat alleen de schapen de schaapskooi binnen kunnen gaan. Ieder die hen kwaad wil doen wordt buiten gehouden.
Natuurlijk sprak Jezus niet over letterlijke schapen, maar over mensen. Hij biedt ons veiligheid tegen de gevaren in de wereld, tegen geestelijke tegenstanders, zonde en dood. “Als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden” (vers 9). En Jezus is de enige deur die er is: “En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.”(Handelingen 4:12)
Ben jij Jezus’ schaapskooi al binnen gegaan?

