“Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth … David, de koning, verwekte Salomo bij haar die de vrouw van Uria was” (Mattheüs 1:5-6)
Jezus’ stamboom telt allerlei soorten mensen. Niet alleen de mannen worden genoemd (zoals gebruikelijk was in stambomen), maar ook enkele vrouwen. Sommige van hen waren heidense vrouwen uit andere volken, en dat was voor veel Joden genoeg om ze als tweederangs te beschouwen. Maar kennelijk nam God hen op in de stamboom van Zijn Zoon.
Rachab was een prostituee voor ze met Salmon trouwde. Ze werd de over-overgrootmoeder van koning David, en daarmee één van Jezus’ voorouders. De korte zin over Salomo’s moeder verwijst naar een uitermate schandalig verhaal over koning David die de vrouw van iemand anders afpakte (en de betreffende man liet vermoorden). En toch verwierp God Davids familie niet.
Kort gezegd: Jezus’ stamboom laat Gods genade zien. Het is een lijst van allerlei soorten mensen: mannen en vrouwen, koningen, helden, een prostituee, vreemdgaande mannen, Joden en heidenen… Jezus schaamde Zich er niet voor in zo’n familie geboren te worden. Hij kwam juist om zulke zondige en onwaardige mensen te redden.
Voel jij je weleens beschaamd en minderwaardig? Hoe zou God daar tegenover staan, denk je?

