“Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden” (Mattheüs 3:13)
Mattheüs vertelde ons al dat veel mensen door Johannes gedoopt werden “terwijl zij hun zonden beleden” (Mattheüs 3:6). Nu lezen we dat ook Jezus kwam om gedoopt te worden! Aanvankelijk wilde Johannes Hem tegenhouden. Tenslotte had Jezus nooit één zonde gedaan. Hij hoefde niet gedoopt te worden. Maar Jezus overtuigde hem dat dit toch moest gebeuren, en toen gaf Johannes toe.
Waarom moest Jezus gedoopt worden, als dat geen belijdenis van zonde was en ook geen teken van bekering? Door Zijn doop werd duidelijk dat de zondeloze Zoon van God de zonde van Zijn volk op Zich nam. Hij kwam om hen te redden – door in hun plaats te sterven. De apostel Paulus legde dit later zo uit: “Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij [=God] voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem” (2 Korinthe 5:21).
Dat is een complexe zin over een verbijsterende realiteit. Jezus nam onze zonden op Zich, zodat wij Zijn gerechtigheid zouden ontvangen. Alle lof aan Hem!

