Jozef… “ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. En toen hij het van het kruis afgenomen had, wikkelde hij het in fijn linnen en legde het in een graf dat in een rots uitgehouwen was, waarin nog nooit iemand gelegd was.” (Lukas 23:52-53)
De Bijbel vertelt ons dat Jezus Christus aan het kruis stierf. Hij raakte niet slechts bewusteloos (zoals sommige critici suggereren). De Romeinse soldaten die Zijn dood bevestigden, konden heel goed het verschil zien tussen de dood en een tijdelijke flauwte. Jezus’ begrafenis en de tijd die Hij in het graf doorbracht, maakten voor iedereen onmiskenbaar duidelijk dat Hij werkelijk was gestorven. Zowel Zijn volgelingen als Zijn vijanden waren hiervan overtuigd.
De Zoon van God, de Verlosser van de mensheid, werd in een graf gelegd. Dit onderstreept de uitspraak in Johannes 13:1 dat Jezus “de Zijnen, die in de wereld waren en die Hij liefgehad had, [heeft] liefgehad tot het einde.” Dieper kan liefde niet gaan.
Jezus is de Schepper van het leven. Hij is “levend tot in alle eeuwigheid”, en heeft de sleutels van de dood in handen (zie Openbaring 1:18). Maar om de dood te verslaan en de weg naar het eeuwige leven te openen, stierf Hij zelf.
Het graf waarin Jezus werd begraven, is het onweerlegbare bewijs van Zijn dood. Tegelijkertijd wordt dit graf slechts enkele dgaen later het toneel voor het wonder van Zijn opstanding. Zijn dood loopt uit op nieuw, eeuwig leven!

