Is Jezus er alleen maar voor mensen van een bepaald ras?

Veel afbeeldingen van Jezus portretteren Hem als een blanke Europeaan. Maar Hij was niet blank. En Hij was geen Europeaan. Jezus is zelfs nooit in Europa geweest. Of in Amerika. Jezus werd geboren in Israël, in het Midden-Oosten. Dat betekent dat Hij waarschijnlijk een lichtbruine of olijfkleurige huid had, vergelijkbaar met Arabieren of Aziaten vandaag de dag. Hij was een Jood. Voordat Jezus op aarde kwam, waren alle gelovigen in God noodzakelijkerwijs Joden. Ze moesten als Jood geboren worden of zich tot het Jodendom bekeren, wat betekent dat ze zowel hun religie als hun cultuur moesten veranderen om Jood te worden.

Jezus kwam om iedereen te redden

Sommigen van Jezus’ discipelen dachten dat Jezus alleen was gekomen om Joden te redden. En andere mensen wisten dat de Joden niet van andere volkeren hielden. Maar Jezus kwam om iedereen te redden. Toen Jezus met een Samaritaanse vrouw over geestelijke zaken begon te praten, raakte ze in de war:

De Samaritaanse vrouw dan zei tegen Hem: Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen. Jezus antwoordde en zei tegen haar: Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water gegeven hebben.” (Johannes 4:9-10).

Deze Samaritaanse vrouw dacht dat Jezus haar zou afwijzen omdat Hij een Jood was. Maar Jezus wilde het Goede Nieuws van God met haar delen. Beginnend bij Jezus zou het Goede Nieuws van God niet meer beperkt zijn tot één volk of één natie. Luister naar wat Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zegt:

Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.” (Johannes 4:21-23).

Niet-Joden hoeven zich niet aan de Joodse wetten en cultuur te houden

Later, nadat Jezus naar de hemel was opgevaren, geloofden sommige heidenen (niet-joden) het Evangelie en ontvingen ze de Heilige Geest, waaruit bleek dat God hen had aangenomen (Handelingen 10:44-48). Maar sommige Joden waren het hier niet mee eens en zeiden dat deze mensen Joden moesten worden om gered te kunnen worden (Handelingen 15:5). De leiders van de vroege kerk kwamen bijeen om dit protest te overwegen, maar zij concludeerden dat als God niet-joodse gelovigen accepteert door hen Zijn Heilige Geest te geven, zij dan ook niet van hen moesten eisen dat zij zich aan de joodse wetten en cultuur hielden:

En toen daarover een heftige woordenstrijd ontstond, stond Petrus op en zei tegen hen: Mannenbroeders, u weet dat God lang geleden onder ons mij uitgekozen heeft, zodat de heidenen uit mijn mond het woord van het Evangelie zouden horen, en zouden geloven. En God, de Kenner van de harten, heeft getuigenis aan hen gegeven door hun de Heilige Geest te geven, evenals aan ons; en Hij heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, en heeft hun hart door het geloof gereinigd. Welnu dan, waarom verzoekt u God door een juk op de hals van de discipelen te leggen dat onze vaderen en ook wij niet hebben kunnen dragen? Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus op dezelfde wijze zalig te worden als ook zij” (Handelingen 15:7-11).

Verenigd in Christus

Later getuigt de apostel Paulus dat de scheiding tussen Joden en niet-Joden niet meer bestaat. Want gelovigen in Christus van alle rassen en afkomst zijn verenigd in Christus:

Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt, dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken, en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader” (Efeziërs 2:11-18).

Alle volken zullen de Heer aanbidden

En in het laatste boek van de Bijbel zien we dat mensen van over de hele wereld God in de hemel aanbidden:

Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!” (Openbaring 7:9-10).

God roept ons op tot bekering

Het Evangelie van Jezus Christus is echt voor alle mensen en alle rassen. God roept alle mensen overal op om zich te bekeren en op Hem te vertrouwen, zoals de apostel Paulus in Athene zei:

En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen; en Hij heeft de hun van tevoren toegemeten tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied, opdat zij de Heere zouden zoeken, of zij Hem misschien al tastend zouden mogen vinden, hoewel Hij niet ver is van ieder van ons…God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan” (Handelingen 17:26-27, 30-31).

Deel artikel