Is het christendom nodig om een goed mens te kunnen worden?

Wellicht wordt deze vraag gesteld vanuit de overtuiging dat je geen christen hoeft te worden om een goed mens te kunnen zijn. Over het algemeen zie jij jezelf misschien als iemand die prima het onderscheid kan maken tussen goed en kwaad en die goed met zijn medemens kan omgaan. Het is duidelijk dat ongelovige mensen een fatsoenlijk leven kunnen leiden en dat christenen daarentegen tot slecht gedrag in staat zijn.

Kijk nog eens goed naar je beweegredenen

Om de vraag te kunnen beantwoorden, moeten we eerst eens kijken naar de onderliggende aannames waar je misschien van uitgaat:

  • Misschien denk je dat het voornaamste doel van het christendom is om van jou een goed mens te maken.
  • Je gaat ervan uit dat jij in staat bent om te bepalen wat de juiste handelswijze is in de meeste situaties. Je zult waarschijnlijk toegeven dat je soms wel eens de fout ingaat, maar in de meeste gevallen maak je toch een redelijk goede keuze en dat is wat uiteindelijk telt. Tenslotte ben je de mening toegedaan dat niemand in staat is een perfect leven te leiden en dat dit ook niet van ons gevraagd wordt.
  • Je bent van mening dat, als jij je aan je zelfgemaakte regeltjes houdt, je als een fatsoenlijk mens leeft in vergelijking met anderen.
  • Je hebt waarschijnlijk een relativistische kijk op het leven: je bent van mening dat kennis, waarheid en ethiek slechts bestaansrecht hebben in relatie tot de cultuur, de maatschappij of de tijd waarin iemand is opgegroeid, en geen absolute waarden zijn.

Daarom ben je misschien tot de conclusie gekomen dat het christendom onnodig is, gebreken vertoont, of zelfs schadelijk is voor het begrip van hoe je als een goed mens kunt leven.

Welke ethische standaarden kies jij?

Het probleem van jouw benadering is subjectiviteit. Het is een feit dat verschillende mensen of culturen verschillende gedragscodes hebben ontwikkeld. Hoe kun je dan weten dat die van jou de juiste is of zelfs ‘beter’ dan die van anderen? Wat jou goed lijkt, is dat voor iemand anders misschien helemaal niet. Je kunt zien hoe dit in de geschiedenis en ook in de huidige tijd geleid heeft tot het slecht behandelen van minderheden in de overtuiging dat daar helemaal niets mis mee is. Bovendien, hoe kun je er zeker van zijn dat jij de juiste criteria hebt om te bepalen wat de juiste keuzes zijn?

  • Aristoteles leerde dat ons unieke vermogen om rationeel te denken en te handelen ons helpt om uitersten in ons gedrag te vermijden zodat we tot een goed leven kunnen komen.
  • John Stuart Mill was ervan overtuigd dat je van een goed leven kunt spreken als je genot weet te maximaliseren ten opzichte van pijn.
  • Sommige hedendaagse filosofen beweren dat je een goed leven kunt leiden door je behoeften te laten bevredigen en je eigen mogelijkheden te realiseren.

Tegen al deze meningen is wel wat in te brengen. Ethisch handelen is bijvoorbeeld niet altijd rationeel, billijk of plezierig.
Wat betekent het eigenlijk ‘een goed mens’ te zijn? Vaak zijn mensen van mening: “Ik dood niemand, ik steel niet, ik bedrieg niet, enz.”. Maar dit lijkt een heel oppervlakkige benadering van waar het hier om gaat.

Gods maatstaf

In Genesis, het eerste Bijbelboek, lezen we dat God alle mensen naar Zijn beeld geschapen heeft. Dat impliceert dat we een aangeboren besef hebben van goed en kwaad, een geweten. Maar de Bijbel laat ook zien dat dit ‘zintuig’ maar ten dele werkt, omdat Gods beeld in ons schade heeft opgelopen. De Bijbel leert dat er een objectieve, morele maatstaf is, die aan de mens is gegeven en die goed en kwaad definieert op basis van Gods karakter dat volmaakt is in heiligheid en liefde. Alle voorschriften in de Bijbel, zoals de Tien Geboden, zijn daarvan afgeleid.
Jezus herhaalde nog eens nadrukkelijk dat God volmaaktheid als maatstaf heeft: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is” (Mattheüs 5:48). Dit is Zijn samenvatting ervan:

U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten” (Mattheüs 22:37-40).

Het is duidelijk dat we hieraan nooit zullen kunnen voldoen, omdat we nooit volmaakt in de liefde kunnen zijn. Daarom leert de Bijbel dat de toestand van de mens aangetast is, dat hij ‘het doel mist’ of ‘zondig is’: in ons woont een verwoestende kracht die ons zelfzuchtig maakt door zelf de teugels in handen te nemen en/of ons te laten leiden door andere zaken die onze persoonlijkheid bepalen. Deze zondige staat beïnvloedt in hoge mate ons vermogen om het juiste te kiezen in ons gedrag en onze beweegredenen.

In de Bergrede (Mattheüs 5-7) gaat Christus hier nader op in door te wijzen op de diepere betekenis van de Tien Geboden. Misstappen op het morele vlak in onze gedachten en motieven, bijvoorbeeld slechte gedachten over iemand koesteren, maken ons ook schuldig tegenover God (Mattheüs 5:21-22). Jezus maakt duidelijk dat het nalaten van het goede, als we daarvoor de gelegenheid hebben, ook tekort schiet met betrekking tot Gods maatstaven. De apostel Paulus zegt het zo: “Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één” (Romeinen 3:12). We zondigen: “in gedachten, woorden en daden, door wat we gedaan hebben, en door wat we nagelaten hebben. We hebben niet liefgehad met heel ons hart, we hebben onze naaste niet liefgehad als onszelf” (Gebedenboek Episcopaalse Kerk).

Het doel van het Christendom

De kern van Jezus’ boodschap was niet om ons te leren ons best te doen een goed leven te leiden door anderen geen schade te berokkenen en nog wat goede werken te verrichten. Nee, het ging Hem vooral om twee dingen:
1) de absolute prioriteit van onze relatie met God, en
2) Hemzelf als Degene Die door God gezonden was om die relatie te herstellen en onze menselijke natuur zodanig te veranderen dat we weer konden leven naar Gods bedoelingen: als verzoende en vernieuwde mensen. Dit zal van invloed zijn op de manier waarop we met onze medemens omgaan.

Christus maakte dat mogelijk door het offer van Zijn leven aan het kruis voor de vergeving van onze zonden en een innerlijke, geestelijke verandering. Hij noemt dat ‘wedergeboorte’ door toedoen van de heilige Geest.
Paulus verwoordt het als volgt:

Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus…” (2 Korintiërs 5:17-18).

Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt” (2 Korintiërs 3:18).

Het doel van een goed leven volgens de Bijbel is het karakter van Christus weerspiegelen in ons leven. Samengevat, we moeten niet langer dat ene doel voor ogen hebben: ‘goede’ mensen te zijn. Buiten God om is dat een zinloze onderneming. Het goede nieuws is we grenzeloze genade van God ontvangen (onverdiende gunst) en de kracht van de heilige Geest zodat we Hem beter kunnen weerspiegelen.

Conclusie

Ieder mens is tot enig goed in staat, en als we flink ons best doen, misschien wel tot heel wat goed. Maar niemand kan aan de eis van volmaaktheid voldoen. Toch is dat wat God van jou vraagt – Hij kan jou niet aannemen zolang je nog een onvolmaakte afspiegeling van Hem bent. Daarom heeft Hij Jezus gegeven om dat mogelijk te maken. Je hebt het christendom niet nodig om goed te doen, maar wel om volmaakt te zijn.

Deel artikel