Is God jaloers?

De Bijbel is er duidelijk over dat we niet jaloers mogen zijn. Hieronder volgen twee voorbeelden:

  • Laten wij, als op klaarlichte dag, op een gepaste wijze wandelen, niet in zwelgpartijen en dronkenschappen, niet in slaapkamers en losbandigheden, niet in ruzie en afgunst” (Romeinen 13:13).
  • Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg … dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven” (Galaten 5:19-21)

In de Tien Geboden lezen we ongeveer hetzelfde:

  • U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is” (Exodus 20:17).

Jaloersheid, afgunst, en het willen hebben wat je naaste toebehoort, zijn dus zaken die duidelijk verboden zijn. Toch staat er in diezelfde Tien Geboden: “Ik, de HEERE, uw God, ben een naijverig God”, ook wel vertaald als “een jaloers God” (Exodus 20:5 en Deuteronomium 5:9, zie ook Exodus 34:14, Deuteronomium 4:24 en Nahum 1:2). Hoe kan dat?

Jaloers op wat?

Als wij mensen jaloers zijn, willen we meestal iets hebben dat van een ander is, of we willen net zo zijn als zij. We willen bijvoorbeeld het mooie huis van onze buurman hebben, of we willen net zo intelligent en atletisch zijn als onze broer, of we zijn jaloers op de schoolresultaten van onze beste vriend. In al deze gevallen zijn we jaloers op iets dat niet van ons is. Dit is niet goed. We zijn dan afgunstig, we gunnen de ander niet wat hij of zij heeft.

Het woord “jaloers” kan ook in een iets andere context gebruikt worden, namelijk als je iets dat alleen van jou is, niet wilt delen. Meer specifiek gebruikt de Bijbel dit woord om de gevoelens van een echtgenoot uit te drukken wanneer zijn vrouw overspel pleegt (zie Numeri 5:11-31). God vertelt een man nergens dat hij bereid moet zijn om zijn vrouw te ‘delen’. Integendeel, een man en een vrouw horen exclusief bij elkaar. Daarom is het juist goed als een man ‘jaloers’ is wat zijn vrouw betreft en haar alleen voor zichzelf wil hebben.

God is te vergelijken met een jaloerse echtgenoot

Het is op deze laatste manier dat God jaloers is. In Nederlandse Bijbelvertalingen wordt daarvoor bij voorkeur het woord ‘naijver’ gebruikt (vooral als het om God gaat).

De uitspraken over de Heere als ‘een jaloerse God’ worden gedaan in de context van Israël dat andere goden aanbidt. God is de enige echte God. Bovendien is Hij de Schepper van de hele mensheid. Daarom verdient Hij onze exclusieve toewijding. Dit is als een fundamentele wet: “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Deuteronomium 6:4-5). “Is Hij niet uw Vader, die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en die u stand heeft doen houden?” (Deuteronomium 32:6). Maar ondanks Gods duidelijke geboden om alleen Hem te dienen, “verwekten de Israëlieten Hem tot naijver door hun afgodsbeelden” (Psalm 78:58).

In veel verzen in de Bijbel presenteert God Zich als de echtgenoot van zijn volk. Bijvoorbeeld in Jeremia 31:32, waar God spreekt over het verbond dat Hij met het volk Israël had gesloten. De Israëlieten verbraken dat verbond herhaaldelijk, “hoewel Ik hun levensgezel was, spreekt de Heere”. Daarom beschuldigt Hij Israël van overspel: “Zoals een vrouw haar levensgezel ontrouw wordt, zo bent u Mij ontrouw geworden, huis van Israël, spreekt de HEERE” (Jeremia 3:20). Dit maakte God erg boos en Hij strafte de Israëlieten door hen in ballingschap te sturen. Maar Hij beloofde ook om de relatie te herstellen. God is inderdaad een extreem trouwe en liefhebbende Echtgenoot!

De kerk is als een bruid

Op dezelfde manier lezen we in het Nieuwe Testament hoe de wereldwijde kerk de bruid van Christus is (bijv. Openbaring 19:6-8). Jezus Christus heeft hen gered en zorgt voor hen en daarom verdient Hij hun volledige toewijding. Zoals de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe schrijft: “Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen” (2 Korintiërs 11:2). Gelovigen mogen hun ‘Bruidegom’ nooit ontrouw zijn door afgoderij of een zondige levensstijl. Ze moeten standvastig zijn in het geloof zodat ze op een dag rein en onberispelijk voor Hem kunnen staan.

Deel artikel