Toen Jezus gevraagd werd of Hij koning was, gaf Hij een opmerkelijk antwoord. “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld […] Mijn Koninkrijk is niet van hier.” (Johannes 18:36) Kennelijk is er nog een andere wereld, waar Jezus over heerst. Tegelijk zei Jezus tegen de mensen om Hem heen: “Het Koninkrijk van God is binnen in u.” (Lukas 17:20-21) Hoe zit dat?
Twee werelden?
Volgelingen van Jezus leven in twee werelden tegelijk. Ze zijn gewoon hier op aarde, maar leven ook in de ‘hemelse gewesten’ of ‘hemelsferen’. Daarover zegt de Bijbel: “Omdat God zo barmhartig is en de liefde die Hij voor ons heeft opgevat zo groot, heeft Hij ons, terwijl wij allen dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Door genade bent u gered! Hij heeft ons samen met Hem tot leven gewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus.” (Efeze 2:4-6, NBV21) Hierbij aansluitend zegt Paulus in Filippenzen 3:20, “Ons burgerschap is in de hemelen.” Dat klinkt nogal cryptisch, vind je ook niet? Hoe kan iemand op aarde zijn en tegelijk ergens anders?
Is de geestelijke wereld een andere plaats?
In verschillende Bijbelgedeelten wordt de geestelijke wereld voorgesteld als een plek buiten deze aardse werkelijkheid. Jezus zegt bijvoorbeeld tegen Zijn discipelen: “Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weer en ga heen naar de Vader.” (Johannes 16:28) Iets eerder beloofde Hij al, “Als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.” (Johannes 14:3)
God de Vader woont dus niet op de aarde, maar ergens anders. We noemen die plaats vaak ‘hemel’. God de Zoon was daar ook, maar Hij kwam tijdelijk als mens naar de aarde. Hij “is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14). Toen Zijn missie voltooid was, ging Hij terug naar de hemel.
De hemel waar God woont, is voor ons mensen onbereikbaar. Maar verschillende keren heeft God mensen een inkijkje gegeven door visioenen of dromen. Toen Stefanus vanwege zijn geloof werd gestenigd, troostte God hem op een bijzondere manier: “Hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God.” (Handelingen 7:55) En in Openbaring 7:11 beschrijft Johannes: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam! En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God.” In de hemel zijn naast God dus ook engelen, bijzondere dieren en overleden mensen.
Is de geestelijke wereld iets van de toekomst?
Als Jezus in Lukas 18:29-30 spreekt over Gods Koninkrijk, heeft Hij het over “de wereld die komt.” Die uitspraak echoot door in Hebreeën 13:14, waar de schrijver zegt: “Wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.” Over die toekomstige stad zag Johannes ook een visioen: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel.” (Openbaring 21:1-2) De nieuwe wereld komt dus bij God vandaan, maar heeft haar bestemming op een vernieuwde aarde.
Tegelijk is Gods Koninkrijk al begonnen. Jezus zegt tegen Zijn tegenstanders: “Als Ik door de Geest van God de demonen uitdrijf [wat Hij inderdaad voortdurend deed], dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen.” (Mattheüs 12:28) Jezus spoorde bovendien Zijn leerlingen aan: “Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.” (Mattheüs 6:31-33) Dat is niet iets van de toekomst alleen. Jezus wilde dat het Koninkrijk van God toen al de kern van hun bestaan zou zijn. Dat was belangrijker dan materiële zaken. Ook Kolossenzen 1:13 beschrijft Gods Koninkrijk als een bestaande realiteit: “Hij [=God] heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.” Dit is geen toekomstmuziek, maar werkelijkheid.
Een geestelijke dimensie in onze wereld
Jezus was mens, maar tegelijk God. Zijn geboorte werd aangekondigd door een engel en door “een menigte van de hemelse legermacht” (Lukas 2:9-13) Aan het begin van Jezus’ bediening op aarde probeerde de satan Hem tot zonde te verleiden. Toen Jezus die verleidingen had weerstaan, kwamen engelen Hem dienen. Toen Hij het land Israël doortrok om mensen over Gods Koninkrijk te vertellen, onderstreepte Hij Zijn woorden met wonderen. Onder andere dreef Jezus demonen en boze geesten uit (Mattheüs 8:16).
Deze voorbeelden laten zien dat er geen strikte scheiding is tussen onze aardse werkelijkheid en de geestelijke wereld. Als we de geestelijke wereld opvatten als een onzichtbare dimensie, kunnen we ook beter begrijpen dat God met Zijn Geest in ons hart kan zijn. “Weet u niet,” vraagt Paulus, ”dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?” (1 Korinthe 3:16)
De Bijbel maakt ons echter ook duidelijk dat de geestelijke wereld niet alleen maar goed en vriendelijk is. Naast het Koninkrijk van God zijn er ook kwade machten aan het werk die ons mensen kunnen beïnvloeden. Zo lezen we in Lukas 22:3, “Toen voer de satan in Judas, die de bijnaam Iskariot had, die bij het getal van de twaalf behoorde.” Satan zette Judas ertoe aan om Jezus te verraden.
Hoewel we geestelijke wezens zoals engelen en demonen meestal niet kunnen waarnemen met onze zintuigen, merken we soms hun invloed op. We noemen dat “bovennatuurlijke verschijnselen”. En die realiteit was er niet alleen toen Jezus op aarde was. Ook nu nog is de invloed van de geestelijke dimensie op ons leven reëel. Als we ons leven aan Jezus hebben gegeven, zal Zijn tegenstander de duivel ons vijandig gezind zijn. In Efeze 6:11-12 worden we daarvoor gewaarschuwd: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” (Efeze 6:11-12)
De scheiding tussen materiële en geestelijke wereld zal worden opgeheven
We hebben gezien dat de geestelijke wereld geen aanwijsbare plaats is waar je naartoe kunt gaan. Het is een geestelijke dimensie, die grotendeels buiten ons observatievermogen ligt. Vandaar dat de Bijbel erover spreekt in beelden, om ons toch iets duidelijk te maken van Gods Koninkrijk.
Maar de geestelijke werkelijkheid van God en de materiële werkelijkheid hier op aarde zijn niet volledig van elkaar gescheiden. In de toekomst zullen ze zelfs helemaal overlappen! Een engel vertelt Johannes: “Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen.” (Openbaring 21:3)
Om dat mogelijk te maken, moet de aarde gezuiverd worden van het kwaad. Ook de mensen die bij God zullen leven, moeten gereinigd worden van de zonde. En precies daarvoor is de Heere Jezus op aarde gekomen. Hij heeft verzoening mogelijk gemaakt, en Hij zal aan het eind van de tijd definitief afrekenen met alle kwaad en met de satan en zijn demonen. Zo kan Hij hemel en aarde één maken. Hij schept een volmaakte wereld waar God en mens in harmonie samen kunnen leven.
Het blijft lastig om ons Gods Koninkrijk en de geestelijke dimensie voor te stellen. Misschien kan een filmpje van Bible Project je nog een stapje verder helpen. Maar ook als we niet begrijpen hoe het allemaal ‘werkt’ mogen we erop vertrouwen: God is bij ons, Hij hoort ons als we tot Hem bidden, en iedereen die in Hem gelooft mag voor eeuwig bij Hem zijn!

