Ja, dat is er zeker. Maar de vraag is: wil je het geloven? Paulus zegt in Romeinen 1:20 “Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn Goddelijkheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn”.
Paulus zegt hier dat het bewijs voor het bestaan van God de existentie van levende wezens en de natuur zelf is, omdat alleen God ervoor heeft kunnen zorgen dat ze zijn ontstaan. Moeten we dit als bewijs accepteren? Wat als we dat niet willen?
Vanuit wetenschappelijk oogpunt wordt bewijs geleverd via empirische gegevens die zijn verzameld door middel van systematische observaties, metingen en experimenten en die een wetenschappelijke bewering, hypothese of theorie ondersteunen, ontkrachten of verfijnen. Deze informatie wordt verzameld met behulp van welomschreven methoden, moet geanalyseerd worden en onderworpen aan toetsing door vakgenoten om de geldigheid ervan te bevestigen.
Dit betekent dat de wetenschap ons niet kan helpen om de juistheid van Paulus’ bewering te staven. Als God de wereld heeft geschapen, was dit een unieke gebeurtenis die door niemand op aarde kan worden herhaald. We kunnen het niet observeren, meten of ermee experimenteren, en er zijn geen collega’s beschikbaar om de geldigheid ervan te bevestigen of te ontkrachten. Bewijs voor het bestaan van God vraagt om een andere benadering.
Heeft Paulus ongelijk als hij ‘de natuur’ als bewijs aanvoert?
We moeten opmerken dat de bewering van Paulus hier niet het probleem is; dat ligt bij de beperkingen van de menselijke wetenschap en hoe ‘wetenschappelijk bewijs’ gedefinieerd wordt. Aanwijzingen voor het bestaan van God als Schepper vinden we al in onszelf: in ons lichaam dat zo verfijnd is ontworpen en ons verstand met zijn denkvermogen, creativiteit en verbeeldingskracht. Als mensen dit als afdoende bewijs zouden aanvaarden, dan zou de kwestie al lang beslecht zijn.
Zelfs het goedkoopste plastic speeltje heeft een ontwerper en fabrikant, en zelfs de eenvoudigste maaltijd kan niet zelf de ingrediënten bij elkaar voegen en zichzelf bereiden. Paulus stelt feitelijk dat de natuur en het leven een oorzaak moeten hebben, en in principe is dit een valide wetenschappelijk argument.
We moeten daarom heel terughoudend zijn om geen buitensporig ingewikkelde eisen te stellen aan hoe het ‘bewijs’ voor het bestaan van God eruit zou moeten zien.
Als we het bestaan van God ontkennen
Als wij het bestaan van God ontkennen, heeft dat geen invloed op Hem, maar wel een enorme invloed op ons, zoals beschreven in Romeinen 1:21-22: “Want hoewel zij God kennen, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zijn zij verdwaasd geworden in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd. Terwijl ze zich uitgaven voor wijzen, zijn ze dwaas geworden.” De gevolgen van het niet eren van God, deze dwaasheid, zijn zeer ernstig. De Bijbel bevat veel teksten over het lot van degenen die weigeren in God te geloven. Als deze verzen waar zijn, is het van fundamenteel belang dat we blijven zoeken naar eerlijke antwoorden op de vraag of God bestaat. Want als we het bij het verkeerde eind hebben, kan het heel slecht met ons aflopen.
Alternatieve manieren om het bestaan van God te bewijzen of te ontkennen
Zoals we hierboven gezien hebben, kunnen we het bestaan van God niet op wetenschappelijke wijze aantonen. Evenmin kan op wetenschappelijke wijze aannemelijk worden gemaakt dat God NIET bestaat.
Welke andere mogelijkheden staan nog tot onze beschikking? Filosofen als Immanuel Kant (1724-1804) en René Descartes (1596-1650) hebben uitgebreid nagedacht over het bestaan van God. Descartes constateert dat hij in zijn geest een idee heeft van God als een oneindig en perfect wezen. Maar hoe zou een eindig en imperfect wezen als hijzelf zo’n idee kunnen voortbrengen? Het begrip van een perfect wezen kan alleen veroorzaakt worden door dat perfecte wezen zelf, stelt Descartes. Het bestaan van het idee van een perfecte en oneindige god bewijst het bestaan van God.
Kant stelt kortweg dat moraal alleen kan bestaan als God bestaat, en aangezien moraal bestaat, moet God dus ook bestaan.
De Bijbel spreekt over profeten die God in een visioen zagen. Veel mensen zouden een persoonlijk visioen beschouwen als ‘bewijs voor het bestaan van God’, maar helaas kunnen we God niet dwingen om Zichzelf aan ons te bewijzen. Hij heeft dat al eens gedaan – Zichzelf aan de mensheid bewijzen – en niemand van ons was daarbij aanwezig. Ongeveer tweeduizend jaar geleden werd God een mens van vlees en bloed. Zijn Naam was, en is, Jezus. De Bijbel vertelt ons dat Jezus een afspiegeling is van God de Vader. In Hebreeën 1:3 lezen we: “Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord”.
Als we naar Jezus kijken, zien we God, de Vader. We zien Zijn liefdevolle karakter en Zijn wil om mensen te redden.
Jezus was een historisch persoon. We weten veel over Hem door de Bijbel. Hij zei: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Johannes 14:9).
Waar is het bewijs vandaag voor ons?
Het bewijs voor het bestaan van God is te vinden in Jezus, en in jezelf. Niet in de eerste plaats in de wetenschap, filosofie of de visioenen van anderen, maar in jezelf.
Vandaag de dag leeft Jezus en Hij zendt Zijn Heilige Geest om in het hart van Zijn kinderen te wonen. Miljoenen mensen ervaren Zijn kracht, Zijn liefde, Zijn troost. Door de eeuwen heen hebben mensen getuigd van Gods hulp in hun leven. Vandaag is God er ook voor jou. Je kunt met Hem praten. Vraag Hem om hulp en leiding. De manier om contact met Hem te hebben is door middel van gebed. Daar is het bewijs te vinden.
De vraag blijft: ben je bereid om de uitdaging aan te gaan om dit te geloven?

