“En nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren om niet terug te keren naar Herodes, keerden zij langs een andere weg terug naar hun land.” (Mattheüs 2:12)
Nog vol van alle indrukken zochten de magiërs hun slaapplaats op.
Die dag was hun wens in vervulling gegaan. Zij hadden Koning Jezus gevonden en Hem aanbeden.
De volgende ochtend maakten ze alles klaar om naar huis te gaan.
Opnieuw de lange reis, maar hoe anders was het nu met hen gesteld.
Een hemelse vrede vervulde hun hart. En met elkaar bespraken ze langs welke weg ze zouden afreizen naar hun land. Want God had hen in een droom gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te keren.
In Jeruzalem wachtte koning Herodes met spanning op het bericht van de magiërs. Hij had een moorddadig plan bedacht. Zodra zij hem zouden vertellen waar die Koning was, zou hij Hem opzoeken en doden.
Nadat de magiërs waren vertrokken, verscheen een engel van de Heere aan Jozef in een droom, die zei: Je moet vluchten Jozef, met het Kind en Maria naar Egypte, want Herodes zoekt naar het Kind om Hem te doden. Toen vluchtten Jozef met Maria en het Kind Jezus, midden in de nacht naar Egypte en zij woonden daar tot de dood van Herodes. Jezus was veilig!
God is getrouw, Zijn plannen falen niet,
Hij kiest de Zijnen uit, Hij roept die allen.
Die ’t heden kent, de toekomst overziet,
Laat van Zijn woorden geen ter aarde vallen.
En ’t werk der eeuwen, dat Zijn Geest omspant,
Volvoert Zijn hand.
(Liedboek voor de kerken, Gezang 304)

