De Bijbel spreekt veel over waarheid. Jezus zegt dat Hij de waarheid is (Johannes 14:6), Jesaja noemt de Heer “de God van de waarheid” (Jesaja 65:16) en de apostel Johannes verheugt zich erover dat christenen “in de waarheid wandelen, zoals ons door de Vader is opgedragen” (2 Johannes 1:4).
In een ander artikel bespreken we wat waarheid is, volgens de Bijbel. In dit artikel gaan we dieper in op het concept “in de waarheid wandelen”. Kort gezegd betekent dit: ons leven in overeenstemming brengen met Gods geopenbaarde waarheid.
In de waarheid blijven
Christenen zijn rijk gezegend met kennis van Gods waarheid die wordt geopenbaard in de Bijbel, en vooral in Jezus Christus. Om in de waarheid te blijven, moeten we de leerstellige en morele Bijbelse waarheden gehoorzamen, en die niet vervangen of vervagen door ze naar eigen inzicht en voorkeur te interpreteren. Als we met God willen leven, kunnen we geen loopje nemen met de waarheid.
Jezus zegt dat de waarheid ons vrij kan maken (Johannes 8:32). Daarom is het cruciaal om niet alles te geloven wat we horen, maar om te toetsen of een leer of bepaald stuk onderwijs in overeenstemming is met de Schrift (1 Johannes 4:1-3). We moeten niet “heen en weer geslingerd worden door de golven en meegesleurd worden door elke wind van leer, door het bedrog van mensen, door bedrieglijke listen” (Efeziërs 4:14), maar standvastig blijven in de waarheid (2 Timoteüs 3:14-15; 2 Thessalonicenzen 2:15; 2 Petrus 1:12).
Wees op je hoede voor misleiding
Gods vijand Satan probeert altijd mensen van de waarheid af te leiden. Dat deed hij al bij Adam en Eva, toen hij hen leugens vertelde over Gods karakter en bedoelingen, en hen zo tot ongehoorzaamheid verleidde (Genesis 3:4-6). En hij probeert nog steeds mensen te misleiden. De Bijbel staat vol met waarschuwingen voor valse leraren die in werkelijkheid Satan dienen in plaats van God (zie bijvoorbeeld Handelingen 20:30; 2 Petrus 2:1-3; 2 Johannes 1:7).
Bovendien leven we niet in een bubbel, en worden we beïnvloed door de meningen en denkbeelden van mensen om ons heen. Die zijn niet altijd in overeenstemming met Gods Woord. Het is dus belangrijk om ons hoofd en ons hart te vullen met “al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is.” (Filippenzen 4:8)
Wees betrouwbaar
Waarheid gaat niet alleen over het aanhangen van de juiste leer. Het heeft ook een morele component. In de Bijbel is waarheid nauw verbonden met trouw en betrouwbaarheid. Het is het tegenovergestelde van bedrog en slechtheid. Daarom wordt de Heer “een God van waarheid” genoemd (Jesaja 65:16, zie ook Deuteronomium 32:4 en Psalm 31:5). Hij is volkomen betrouwbaar. Zijn kinderen zouden dat ook moeten zijn. We moeten de waarheid spreken en onze woorden moeten rechtvaardig zijn, niet verdraaid of oneerlijk (Spreuken 8:8, Jakobus 5:12, Psalm 15, Kolossenzen 3:8-9, Efeziërs 4:25). We mogen de waarheid niet naar ons eigen hand zetten of een vals getuigenis afleggen tegen onze naasten. God haat een leugenachtige tong (Spreuken 6:16-17).
De waarheid spreken is soms moeilijk
De waarheid spreken kan onze reputatie of carrière schade berokkenen. Er zijn momenten waarop we liefdevol de waarheid moeten spreken, zelfs als anderen dat niet waarderen of erdoor gekwetst kunnen raken. Een voorbeeld hiervan wordt gegeven in Galaten 4:16 en in 2 Korintiërs 7:8-9.
De apostel Paulus zag hoe sommige christenen door valse leraren werden misleid en confronteerde hen ondubbelzinnig met de waarheid over hun theologische fouten. Hij wist dat zij in eerste instantie pijnlijk geraakt waren door zijn woorden, maar concludeert: “Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering” (2 Korintiërs 7:9). Het eeuwige welzijn van mensen stond op het spel en daarom gebruikte Paulus harde woorden om hun valse en misleidende leerstellingen te corrigeren.
Een solide basis voor morele keuzes
De Bijbel biedt een aantal universele feiten en morele wetten die voor alle mensen en in alle tijden gelden. Niet elk klein detail wordt daarin beschreven. Op veel gebieden is er ruimte voor persoonlijke keuzes en culturele diversiteit. Maar de hoofdlijnen zijn duidelijk geformuleerd, bijvoorbeeld in de zogenaamde ‘tien geboden’, in de gouden regel “Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo” (Matteüs 7:12) en in Jezus’ uitspraak: “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.” (Lukas 10:27).
Samenvatting: wandelen in de waarheid
Wandelen in de waarheid betekent dat we ons leven in overeenstemming brengen met Gods geopenbaarde wil. We moeten standvastig blijven volgens de waarheid van Gods Woord, de waarheid duidelijk onderwijzen en deze als uitgangspunt nemen voor onze morele beslissingen. Bovendien moet Gods betrouwbaarheid weerspiegeld worden in ons dagelijks leven.
“Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten. Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart ” (Spreuken 3:3)

