“Ik ben de Opstanding en het Leven” (Johannes 11:25)
Een vriend van Jezus is gestorven, en zijn familie rouwt. Jezus is ook emotioneel geraakt. Hij gaat naar Martha, één van de rouwende zussen, en spreekt met haar over de opstanding uit de dood. Hij verzekert haar: “Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven”
Martha beleidt haar geloof dat de doden inderdaad zullen opstaan op de laatste dag, en dat Jezus de lang verwachte Messias is die triomfeert over zonde en dood. Dat is een opmerkelijke belijdenis. Terwijl ze naast het graf van haar overleden broer staat, is Martha’s geloof ongeschokt. Hoe hopeloos de situatie ook lijkt voor menselijke ogen, ze weet dat God sterker is dan de dood.
Om te laten zien dat Hij daadwerkelijk de Opstanding en het Leven is, gebiedt Jezus de dode man om uit zijn graf te komen – en hij doet het! Hij leeft weer! Het nieuws van dit wonder verspreidt zich door het land, en veel mensen geloven in Jezus.
Geloof jij dat Jezus de Opstanding en het Leven is?

