‘De menigte die vooropliep en die volgde, riep: ‘Hosanna! De Zoon van David! Gezegend is Hij die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen!’’ (Mattheüs 21:9)
Luidkeels riepen mensen het uit: ‘Hosanna!’ Eeuwen eerder had Zacharias, een van Israëls profeten, over deze gebeurtenis gesproken (Zacharias 9:9).
Oorspronkelijk betekende het woord Hosanna: Help ons! Deze roep om hulp vinden we terug in Psalm 118:25. Een koning, maar ook God werd op deze manier om hulp gevraagd: breng toch heil. Tijdens het Loofhuttenfeest, een van de grote joodse feesten, werd iedere dag ‘Hosanna’ geroepen en gezongen. Hierbij werd met palmtakken in de hand om het brandofferaltaar in de tempel gelopen. Zo werd ‘Hosanna’ steeds meer een lofprijzing.
Jezus werd met ‘Hosanna’ toegejuicht terwijl Hij rijdend op een ezel Jeruzalem binnenreed. Als eerbetoon zwaaiden mensen met palmtakken en werden mantels voor Jezus op de weg uitgespreid. De juichende menigte verwachtte vooral dat Jezus hen van de Romeinen kwam verlossen. Jezus reed inderdaad als Koning die Israël kwam redden Jeruzalem binnen. Hij zou echter een andere verlossing en vrede tot stand brengen dan mensen verlangden en verwachtten. Jezus reed niet op een paard dat ingezet kon worden in het leger. Rijdend op een ezel kwam Hij als brenger van vrede naar Jeruzalem. Maar niemand zag nog welke, waarachtige vrede Jezus kwam brengen.Reflectie: ‘Hosanna! De Zoon van David die komt in de Naam van de Heere!’ Stel je even voor dat je met de menigte voor Jezus uitloopt en mee roept. Wat komt bij je boven? Wat wil je Jezus hierover zeggen?

