Christenen kunnen het in politiek opzicht grondig met elkaar oneens zijn. Hoe kan dat? En hoe moet je daarmee omgaan? Ik geloof dat wat er in de Bijbel staat over de discipelen van Jezus, ons in de richting van een antwoord kan voeren.

Jezus’ discipelen

Veel mensen kunnen zich heel druk maken om politiek. Onder Jezus’ discipelen was het niet anders. Best mogelijk dat Jacobus het liever over sport had en dat Thomas liever door de heuvels van Galilea dwaalde en dat Judas, als de financiële man, vooral geïnteresseerd was in de beursberichten. Maar in ieder geval twee van hen zaten diep in de politiek. En dan op een totaal verschillende manier.

Onder de discipelen van Jezus was “Mattheüs de tollenaar” (Mattheüs 10:3). Hij inde belastingen voor de bezettende macht, de Romeinen. Daarmee verdiende hij veel geld en daarmee maakte hij zich erg onpopulair bij zijn landgenoten. Hij moest ongetwijfeld vaak uitleggen waarom hij dat deed. In het volgende vers wordt “Simon Kananites” genoemd, dat is Aramees voor Simon de Zeloot. Naar alle waarschijnlijkheid hoorde hij bij de partij die zich het meest fanatiek verzette tegen de Romeinen, en die een generatie later de opstand tegen Rome leidde die resulteerde in de verwoesting van Jeruzalem.

Jezus volgen overstijgt politieke visies

Allebei, Mattheüs en Simon, hoorden bij de groep van 12 discipelen die altijd bij de Here Jezus in de buurt waren. Het is heel goed mogelijk dat ze allebei zich moesten bekeren van dingen uit hun politieke verleden. Het is best mogelijk dat Mattheüs meer oog moest krijgen voor de positie van zijn landgenoten die in de verdrukking kwamen door de Romeinse overheid. Het is best mogelijk dat Simon minder enthousiast moest gaan worden over bewapend verzet. We weten het niet.

Maar ongetwijfeld was het nog steeds zo dat als ze tijdens hun reizen met de Here Jezus ’s nachts ergens overnachtten bij een beekje en zij de laatste twee waren die wakker waren, dat Simon aan Mattheüs vroeg: hoe kun je het nou verantwoorden om voor de Romeinen te werken? En dat Mattheüs aan Simon vroeg: hoe kun je het nou verantwoorden om zo militant te zijn dat je het risico loopt dat de Romeinen zich gaan wreken op onze volksgenoten? Als ze die vragen stelden, is het waarschijnlijk dat ze elkaar beter gingen begrijpen. Maar dat ze het eens werden over de politiek, daar geloof ik niets van.

Waarom konden ze dan toch samen discipel zijn van de Here Jezus? Heel simpel: omdat het volgen van Jezus over iets gaat dat politiek overstijgt. Dit is wat ze moesten prediken, het staat in vers 7: het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen! Het koninkrijk der hemelen is de term die Mattheüs gebruikt voor het koninkrijk van God. En vervolgens moesten ze dat koninkrijk zichtbaar gaan maken.

Gezondheidszorg als voorbeeld

Als je die roeping om bezig te zijn voor het koninkrijk van God toepast op een specifieke groep, mensen die ziek zijn, zou je kunnen zeggen dat christenen de volgende dingen kunnen doen:

Bij die laatste stap ben je bij de politiek uitgekomen. Dat is een goede en zelfs een noodzakelijke stap om te nemen. Maar in tegenstelling tot de andere stappen, kunnen christenen hier tegenover elkaar komen te staan. In de politiek kun je tot een andere opvatting komen omdat je van mening kunt verschillen over hoe veilig of gevaarlijk iets is; over wat beter werkt, overheid of vrije markt; over wat belangrijker is, individuele vrijheid of zekerheid voor de groep; over of het binnenlaten van mensen met andere culturen vooral een bedreiging of een verrijking is; over welke normen je aan mensen op mag leggen, en waar ze een vrije keuze in moeten hebben; over of je die idealen het beste via een christelijke of een niet-christelijke partij kunt verwezenlijken.

Christenen kunnen van mening verschillen over politieke zaken

Er loopt geen rechtstreekse lijn van christen-zijn naar veruit de meeste politieke opvattingen. Die is er wel voor de heiligheid van het leven. Waarom euthanasie niet goed is, en in nog sterkere mate waarom abortus niet goed is, moet en mag met evenveel kracht van een preekstoel als van een politieke katheder verkondigd worden. Maar op bijna alle andere punten zit er een aantal tussenstappen tussen je geloofsovertuiging en je politieke overtuiging, die ervoor zorgen dat mensen die de Here God van harte liefhebben op verschillende politieke standpunten uitkomen. Ik zou zeggen: vecht ervoor als je er echt van overtuigd bent dat je gelijk hebt.

Maar hoe moet je er dan mee omgaan als je als broeder en zuster tegenover elkaar komt te staan? Het is verdrietig als christenen elkaar afschrijven om verschillende politieke opvattingen. Dat is niet de bedoeling. Dit gedeelte, met Mattheüs de tollenaar en Simon de Zeloot die samen het koninkrijk van God verkondigen en zichtbaar maken, maakt ons impliciet wel een paar dingen duidelijk.

Christenen zijn het over heel veel dingen eens

Denk nog maar eens aan al die dingen waarover Mattheüs de tollenaar en Simon de Zeloot het eens zijn, voor ze bij de politiek uitkomen. Mensen over Jezus vertellen. Voor mensen bidden. Mensen helpen. Organisaties opzetten om mensen te helpen. Dat is heel wat! Dat is waar we onze eenheid als christenen vinden. Over al die dingen zijn ook christenen die links stemmen en christenen die rechts stemmen het eens.

Het koninkrijk der hemelen is belangrijker dan het aardse land waar je toe behoort. En als je je inzet voor dat koninkrijk, dan weet je zeker dat je aan de goede kant staat. Dat doe je door mensen over Jezus te vertellen. Dat doe je door te bidden dat God Zijn macht laat zien. Dat doe je naaste lief te hebben als jezelf. Dat doe je door te werken voor en te geven aan organisaties die zich inzetten om de nood van mensen te lenigen. En ondertussen bidden we om wijsheid voor onze christelijke broeders en zusters die zich door God geroepen voelen ook via de politiek het goede te zoeken voor de maatschappij.