De werkelijke drijfveer om anderen iets te geven, moet voortkomen uit een goede relatie met de Heer Jezus en onze volledige overgave aan Hem. Dat is de basis die leidt tot zuivere dienst als dienstknecht, zoals Gods Woord ons toont.

In 2 Korinthe 9:1 spreekt de Bijbel over dienstbetoon aan de heiligen (gelovige broeders en zusters). Ons geefgedrag toont onze liefde voor God, maar ook die voor onze geloofsgenoten. De behoeftigen in onze kerk mogen we niet negeren, want dat gaat tegen Gods gerechtigheid in (2 Korinthe 9:11). Geven is een zaak van het hart!

Zuivere en onbevlekte dienst aan God

Tegenwoordig worden wij als kerkgemeenschap geconfronteerd met veel behoeftige mensen in deze wereld. Nu omvat zuivere en onbevlekte godsdienst voor God de Vader: “wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld” (Jacobus 1:27). God maakt ons duidelijk dat Hij wil dat we, als uiting van Zijn hart, zorgdragen voor wezen en weduwen. We moeten sociaal betrokken en verbonden zijn met behoeftige mensen: zij die dichtbij wonen, maar ook zij die geografisch op afstand zijn.

Zowel in het Oude als het Nieuwe Testament zien we dat God speciale genade belooft aan wie compassie toont met de armen. “Wie zich ontfermt over de arme, leent aan de Heere. Hij zal hem zijn weldaad vergelden” (Spreuken 19:17).

In Mattheüs 5:16 zegt Jezus tot zijn discipelen: “Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken“. Hoe kunnen we ons licht laten schijnen? Door goede daden als genadewerk, want “God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk” (2 Korinthe 9:8).

De onbeperkte genade van God

Kinderen van God leven uit de onbeperkte genade die God ons geeft. Zijn genade maakt ons overvloedig in elk goed werk. Daarvoor geeft God ons juist zijn overvloed. Die is niet bedoeld voor zelfzuchtigheid of wereldse pleziertjes, maar om goede werken te doen.

Merk op dat sociale bewogenheid niet los staat van geestelijke zorg en meeleven. Hoe meer deze beide praktisch geïntegreerd zijn, hoe groter het helende effect zal zijn. Als we geconfronteerd worden met diepe nood, juist bij mensen die veraf zijn, moeten we ons afvragen in hoeverre wij verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hen en hoe we echt kunnen helpen. Hoe kunnen we praktisch zorggeven, in samenwerking met lokale kerken en gelovigen? Door persoonlijk daar heen te gaan of door andere helpers daar de mogelijkheid voor te geven? Op die manier kunnen wij ook investeren in Gods Koninkrijk.

Volg Paulus’ voorbeeld

Paulus gaf zichzelf compleet. Hij zegt: “Als we echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn” (1 Timotheüs 6:8). Als we zijn voorbeeld volgen zullen we meer mensen kunnen bereiken als we niet blijven wachten op aantoonbare rijkdom, maar toestaan dat wijzelf gebruikt worden als kanaal waardoor God zijn overvloedige rijkdom kan laten stromen. Hij geeft ons ALLES wat we nodig hebben, als we Zijn Koninkrijk op de eerste plaats zetten: “maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden” (Mattheüs 6:33).

Bouwend op deze belofte, mogen we functioneren als medewerkers in Zijn Koninkrijk. Als we Hem om advies vragen, zal Hij ons de weg tonen en ons leren hoe we kunnen investeren op de manier die Hij bedoelt (Psalm 32:8).