‘…omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken, want Hij die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam.’ (Lukas 1:48-49)
Maria keek met bescheidenheid naar zichzelf. Het was geen trots op zichzelf waardoor Maria zo vol blijdschap haar lied zong. Trots weigert een gave van God aan te nemen. Maria heeft juist nederig willen aanvaarden waarvoor God haar uitgekozen had (Lukas 1:38). Zij voelde zich bevoorrecht dat God door háár Zijn bijzondere gave aan de wereld wilde schenken. God keek niet of Maria wel een belangrijke positie had. God zag het hart van Maria en haar verlangen om haar God dienen. Bescheidenheid maakt niet zwak. Voor de bereidheid van Maria, om ongetrouwd zwanger te zijn op een voor mensen onmogelijke manier, was best lef nodig. Maria had zelf niets hoeven doen om door God gezien en gekozen te worden. Geen enkel mens hoeft iets te doen om Gods genade te kunnen ontvangen. We hoeven onszelf daarvoor niet groot te maken of onszelf te bewijzen. God dienen houdt in dat we Hem alle ruimte geven om Hem Zíjn werk in ons leven te (durven) laten doen. Juist dan ontstaat diepe vreugde en gaat de lofzang op Gods goedheid klinken. Bedenk vandaag op welke manier jij je door God gezien mag weten.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is Zijn Naam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Heere God, ik bid U…
Heere God, ik dank U…

