“Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” (Mattheüs 27:46)
Jezus roept de openingswoorden van Psalm 22. Is dit een uiting van doodsschrik en kwellende pijn? Een luide klacht die laat horen hoe Jezus lijdt? Kan deze uitroep een blijk van vertrouwen in God zijn, ondanks dat Hij Jezus ogenschijnlijk verlaat? Of drukt Jezus toch een werkelijke verlating door God uit?
Jezus spreekt deze woorden uit tegen 15:00 uur, als het al drie uur donker is. God trekt het licht terug. Hij grijpt niet in. De hemel zwijgt bij het lijden van de Rechtvaardige. Zijn God heeft Hem verlaten. Jezus wordt overgelaten aan de vijanden en de tegenstanders zonder dat God ingrijpt. Hij moet dit alles lijden, Gods liefde voor de wereld eist dit van Hem. Jezus hangt aan het kruis te sterven, waar het leven een hel wordt.
Jezus spreekt uit dat Hij van God gescheiden is. God is afwezig, daarin wordt duidelijk hoe diep eenzaam Jezus’ dood is. Als je erover nadenkt, begrijp je dit niet. Hier wordt de Zoon door de Vader verlaten, ja, hier wordt God door God verlaten. Dat doet Hij voor ons. Jezus hangt daar in onze duisternis, waar God niet is. Jezus is Immanuël, God bij ons, God is in ons midden. Die naam maakt de duisternis rondom het kruis tot Evangelie, goed nieuws voor ons mensen.

