“Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn”. (Lukas 23:43)
Een van de misdadigers die naast Jezus gekruisigd worden, roept spottend: “Als U de Christus bent, verlos Uzelf en ons” (Lukas 23:39). De andere gekruisigde misdadiger wijst de spotter erop dat die een misstap begaat. Jezus heeft immers niets verkeerds gedaan.
Deze man erkent dat Jezus daadwerkelijk de beloofde Christus is. Hij ziet in dat Jezus de ware Koning van Israël is. Hij doet Jezus een verzoek: “Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent”. Dit is een zeer opmerkelijke belijdenis, die geen van Jezus’ discipelen op dit moment gedaan zou hebben. Die zijn veeleer verbijsterd over wat er met Jezus is gebeurd, hoewel ze eerder wel hebben beleden dat Jezus de Christus is.
Onder al het geschreeuw en getier heeft Jezus gezwegen. Nu spreekt Jezus wel. Hij reageert onmiddellijk en nadrukkelijk op dit gebed: “Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn” (Lukas 23:43). De kruiseling zal met zijn dood gaan naar een paradijselijke rustplaats waar ook Jezus zelf zal zijn, waar volmaakte vrede en harmonie heerst.
Lukas beschrijft met deze geschiedenis de heilsboodschap van het Evangelie: de misdadiger komt tot inkeer, spreekt zijn berouw uit, belijdt zijn geloof in Christus en bidt om vergeving en redding. Jezus aanvaardt zijn berouw, schenkt vergeving en belooft eeuwig leven in Gods Koninkrijk. Dit is het goede nieuws voor iedereen!

