“Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” (Lukas 23:34)
Drie veroordeelden worden gebracht naar de plek van de voltrekking van het vonnis. Daar staan al drie palen, waaraan de dwarsbalken met de kruiseling daaraan gehecht, worden opgehesen. Jezus komt in het midden te hangen.
Dan richt Jezus zich tot Zijn Vader met een kort gebed. Hij is de middelaar tussen God en mensen, Zijn opdracht is de vergeving van de zonden te bedienen. En dat is precies wat Hij hier doet.
Wie zijn deze mensen die “niet weten wat ze doen”? Zijn het de Romeinse soldaten, de overpriesters of het volk Israël? Het antwoord blijft open. Het zijn uiteindelijk allen die Jezus verwerpen. Doordat ze Jezus afwijzen, zijn ze verblind geraakt en kunnen ze niet meer doorzien wat de gevolgen van hun handelen zijn. Daarom bidt Jezus om vergeving als laatste en uiterste teken van de hand die God naar hen uitsteekt om hen nog te redden.
Een eerste vervulling van Jezus’ gebed zien we als één van de twee met Hem gekruisigde moordenaars tot inkeer komt. En vervolgens, als Jezus is gestorven, de Romeinse hoofdman. Kort na de toespraak van Petrus zijn er al vijfduizend mensen tot geloof gekomen (Handelingen 4:4). Hoor jij ook al bij de groep mensen die vergeving heeft ontvangen? Hoe heeft dat jouw leven veranderd?

