“Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar is: een verbond dat in betere beloften is vastgelegd.” (Hebreeën 8:6)
De Heere Jezus krijgt in de Bijbel ook de titel Middelaar. Dat is iemand die tussen twee partijen instaat. Die partijen zijn God en mens, die sinds Adams eerste zonde tegen over elkaar staan. Hoe wordt de verhouding tussen deze twee hersteld? Door een verbond. Een verbond is een overeenkomst waarin afspraken staan. Die afspraken gaan over rechten en verplichtingen.
In het Oude Testament was dat het verbond tussen God en het volk Israël. Een vastlegging daarvan was de wet, die op twee stenen werd geschreven. Bij dit verbond hoorde de eredienst van de priesters. Zij offerden dagelijks om de tekortkomingen en ontrouw van het volk te verzoenen. Deze offers maakten iets zichtbaar van de verzoening die God mensen aanbiedt (daarover morgen meer). Maar dit verbond was onvolmaakt. Aan alle kanten ging het daarmee fout. En daarom moest dit verbond door een nieuwe vervangen worden. Iets wat goed functioneert, voldoet. Maar als het verbond niet werkt, dan vervang je het.
Opnieuw maakt de schrijver een vergelijking. Jezus is Middelaar, maar niet zoals in het oude maar zoals in het nieuwe verbond. Jeremia schreef daar over. In dit nieuwe verbond zal de wet niet op een steen maar in het hart geschreven worden. In dit verbond zal niet de wet maar de genade gelden. Die genade leidt tot de vergeving van zonden.

Hebreeën 8
Hebreeën 8

“Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar is: een verbond dat in betere beloften is vastgelegd.” (Hebreeën 8:6)
De Heere Jezus krijgt in de Bijbel ook de titel Middelaar. Dat is iemand die tussen twee partijen instaat. Die partijen zijn God en mens, die sinds Adams eerste zonde tegen over elkaar staan. Hoe wordt de verhouding tussen deze twee hersteld? Door een verbond. Een verbond is een overeenkomst waarin afspraken staan. Die afspraken gaan over rechten en verplichtingen.
In het Oude Testament was dat het verbond tussen God en het volk Israël. Een vastlegging daarvan was de wet, die op twee stenen werd geschreven. Bij dit verbond hoorde de eredienst van de priesters. Zij offerden dagelijks om de tekortkomingen en ontrouw van het volk te verzoenen. Deze offers maakten iets zichtbaar van de verzoening die God mensen aanbiedt (daarover morgen meer). Maar dit verbond was onvolmaakt. Aan alle kanten ging het daarmee fout. En daarom moest dit verbond door een nieuwe vervangen worden. Iets wat goed functioneert, voldoet. Maar als het verbond niet werkt, dan vervang je het.
Opnieuw maakt de schrijver een vergelijking. Jezus is Middelaar, maar niet zoals in het oude maar zoals in het nieuwe verbond. Jeremia schreef daar over. In dit nieuwe verbond zal de wet niet op een steen maar in het hart geschreven worden. In dit verbond zal niet de wet maar de genade gelden. Die genade leidt tot de vergeving van zonden.
